Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.11.10.2:6.11.10.2 Rechtvaardigingsgronden
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.11.10.2
6.11.10.2 Rechtvaardigingsgronden
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633536:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2013/14, Aanhangsel van de Handelingen nr. 2489, antwoord op vraag 1, 2 en 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ontbreken van een RSIN vind ik op zich een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond voor dit verschil in fiscale behandeling, maar naar mijn mening was een uitstel van twee jaar wel aan de ruime kant.
Waar ik moeite mee heb, is de redenering van de staatssecretaris dat omdat de meeste kerkgenootschappen bij groepsbeschikking als anbi zijn aangemerkt, de Belastingdienst de uitstelperiode in de praktijk toepaste op alle religieuze instellingen, ongeacht de geloofsrichting en dat bijvoorbeeld ook moskeeën tot 1 januari 2016 de tijd kregen om aan de publicatieplicht te voldoen.1 Het is immers maar de vraag of ook voor de meeste religieuze organisaties met een andere rechtsvorm geldt dat ze bij groepsbeschikking als anbi zijn aangemerkt. Cijfers hiervoor ontbreken, zoals hiervoor bleek. Voor levensbeschouwelijke instellingen zijn maar zes groepsbeschikkingen afgegeven en voor spirituele instellingen geen. Daarnaast gold op grond van de tekst van de bepaling de uitstelperiode alleen voor kerkgenootschappen, een rechtsvorm waarvan religieuze instellingen van andere dan joodse en christelijke gemeenschappen zich zelden bedienen. Stichtingen en verenigingen, rechtsvormen waarvan overige rsli’s veelal gebruik maken, beschikten wel over een RSIN, zodat het ontbreken van een RSIN voor hen geen excuus kon vormen voor het niet voldoen aan de publicatieplicht.
Tabel 6.10. geeft de toetsing van de publicatieplicht schematisch weer.
Tabel 6.10. Toetsing publicatieplicht
Onderscheid
Rechtvaardiging
Publicatieplicht financiële gegevens
Ja: beperkte publicatieplicht voor kerkgenootschappen
Nee: voor verschil tussen rsli’s onderling.
Toelichting
Op grond van de inrichtingsvrijheid van kerkgenootschappen (art. 2:2, lid 2 BW bepaalt dat de financiële publicatieplicht op grond van artikel 2:10, lid 2 BW in beginsel niet voor kerkgenootschappen geldt) bestaat weliswaar een rechtvaardigingsgrond maar dit komt neer op rechtsvormkeuze, die geen geschikt toetsingscriterium blijkt te zijn.
Mogelijk: voor verschil tussen rsli’s en overige anbi’s op grond van de fundamentele beginselen.
Toelichting
Op grond van de fundamentele beginselen: geen rechtvaardigingsgrond voor verschil tussen rsli’s onderling. Mogelijk is er wel een rechtvaardigingsgrond voor het verschil tussen rsli’s en overige anbi’s omdat een volledige publicatieplicht van financiële gegevens kan ingrijpen in de door deze fundamentele beginselen beschermde inrichtingsvrijheid van kerkgenootschappen, zoals vastgelegd in 2:2 BW. Dit geldt ook voor rsli’s bij openstelling van de rechtsvorm kerkgenootschap voor alle rsli’s.
Publicatieplicht van namen van bestuurders
Ja: uitzondering voor namen van bestuurders van kerkgenootschappen
Nee: grondrecht op privacy en rechtsvormkeuze bieden hier geen rechtvaardiging.
Uitstel Publicatieplicht kerkgenootschappen
Ja: uitstel gold alleen voor kerkgenootschappen die onder een groepsbeschikking vielen
Ja: kerkgenootschappen beschikten niet over een RSIN.