Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.8.6:6.8.6 Belang van het zorgvuldig aan DNB verstrekken van de voor de uitvoering van art. 3:118 lid 4 Wft vereiste informatie
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.8.6
6.8.6 Belang van het zorgvuldig aan DNB verstrekken van de voor de uitvoering van art. 3:118 lid 4 Wft vereiste informatie
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949825:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mijn advies aan verzekeraars is dan ook om zorgvuldig met DNB af te stemmen welke informatie zij precies nodig heeft voor de uitvoering van art. 3:118 lid 4 Wft. Het lijkt ook verstandig nader onderzoek te doen in de administratie van het bedrijf. Met name bij grote verzekeraars is het niet volledig uit te sluiten dat een afdeling van het bedrijf ad hoc activiteiten heeft ondernomen die voor de uitvoering van dit artikellid wel degelijk relevant zijn. Ook is mijn advies aan verzekeraars om in het op te stellen stappenplan rekening te houden met de (duur van de) eventueel benodigde contacten van DNB met buitenlandse toezichthouders en het eventueel moeten vervullen van voorschriften in een andere lidstaat.
Ten slotte is de vraag interessant wat het juridische gevolg zou zijn indien DNB de toezichthouder van een andere lidstaat niet om toestemming zou vragen, alhoewel in die andere lidstaat gelegen risico’s zijn verzekerd of daar levensverzekeringen zijn gesloten. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren indien de overdragende verzekeraar DNB daarvan niet op de hoogte heeft gesteld. Ik veronderstel dat de desbetreffende (in de eerste volzin van deze alinea bedoelde) polishouders de overdracht van hun verzekeringen in beginsel niet behoeven te erkennen. Er zal dan immers waarschijnlijk niet voldaan zijn aan bepalingen in het aldaar toepasselijke toezichtrecht, die door de toezichthouder van die lidstaat van algemeen belang worden gevonden. Op basis van die gedachte veronderstel ik dan ook dat men in de praktijk niet zal toekomen aan de vraag of de rechtsgeldigheid van het instemmingsbesluit van DNB ter zake de gehele portefeuilleoverdracht in dat geval door de polishouders van de desbetreffende (in de eerste volzin van deze alinea bedoelde) verzekeringen in een bestuursrechtelijke procedure zou kunnen worden aangetast. Overigens meen ik dat het antwoord op die laatste vraag onder omstandigheden mogelijk wel degelijk bevestigend zou kunnen luiden. Ik zie namelijk niet onmiddellijk in waarom dergelijke polishouders geen belanghebbenden bij dat instemmingsbesluit van DNB zouden kunnen zijn in de zin van art. 1:2 Algemene wet bestuursrecht. Ik zie ook niet onmiddellijk in waarom de Nederlandse bestuursrechter het in zijn uitspraak dan doorslaggevend zou moeten vinden dat DNB bij het nemen van het instemmingsbesluit mogelijk helemaal niet wist dat zij de toezichthouder in een andere lidstaat om instemming had moeten vragen, omdat de verzekeraar haar niet van informatie heeft voorzien over zijn activiteiten aldaar.