Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.4.5
6.8.4.5 Rente, vervaltermijn, verjaring en stuiting
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS393677:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 10 juli 2002, AB 2003, 123; m.nt. N. Verheij.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 103.
Vergelijk Den Ouden, Jacobs & Verheij.
Zie uitgebreid paragraaf 4.8.9.
Deze verjaringstermijn geldt ook in gevallen waarin de subsidie lager wordt vastgesteld, dan wel het besluit tot subsidieverlening wordt ingetrokken of gewijzigd.
Zie artikel 4:57, vierde lid, van de Awb.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 103.
Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 103.
Zie hieromtrent Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 104.
Zie Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 104.
Vergelijk punt 6 van de noot van C.A. Geleijnse en W. den Ouden bij ABRvS 8 februari 2012, AB 2012, 87.
Uit de jurisprudentie van de ABRvS blijkt dat het vorderen van rente over de periode tussen de onverschuldigd verstrekte subsidie en de datum waarop wordt vastgesteld dat deze subsidie moet worden terugbetaald, alleen mogelijk is wanneer daarvoor een uitdrukkelijke publiekrechtelijke bevoegdheid bestaat.1 De subsidietitel van de Awb voorziet niet in de mogelijkheid om naast de terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidies een rentevergoeding te vorderen over de periode dat de subsidieontvanger — naar achteraf blijkt — ten onrechte de beschikking heeft gehad over de subsidie.2 De bevoegdheid tot het vorderen van rente die in artikel 4:98 van de Awb is geregeld ziet op rentevergoedingen die door de subsidieontvanger moeten worden betaald wanneer de onverschuldigd betaalde subsidiebedragen na de voorgeschreven datum van betaling worden terugbetaald.3 De publiekrechtelijke grondslag voor het vorderen van rente is wel te vinden in de subsidiekaderwetten, voor zover subsidies zijn verstrekt in strijd met ingevolge een verdrag voor Nederland geldende verplichting. Hierin is doorgaans de bepaling opgenomen dat in dat geval bij intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is.4
Het besluit tot subsidievaststelling kan niet tot in het oneindige worden gewijzigd of ingetrokken. Op grond van artikel 4:49, derde lid, van de Awb kan het besluit tot subsidievaststelling niet meer worden ingetrokken dan wel ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sinds de dag waarop dat besluit is bekendgemaakt, dan wel sinds de dag waarop in strijd is gehandeld met na de subsidievaststelling voortdurende verplichtingen. Indien de intrekking of wijziging van het besluit tot subsidievaststelling ertoe leidt dat (een deel van) de subsidie onverschuldigd is betaald, kan de onverschuldigd betaalde subsidie op grond van artikel 4:57, vierde lid, van de Awb tot vijf jaar na het tweede vaststellingsbesluit worden teruggevorderd.5 Indien de grond voor terugvordering is gelegen in een schending van een na de subsidievaststelling voortdurende verplichting, kan tot vijf jaar na deze schending worden teruggevorderd.6 Voormelde termijnen zijn te beschouwen als vervaltermijnen voor respectievelijk het nemen van een intrekkings- of wijzigingsbesluit en van een terugvorderingsbesluit; deze termijnen kunnen dan ook niet worden gestuit of verlengd.7
Als tijdig een terugvorderingsbesluit is genomen, dan ontstaat een vordering van het bestuursorgaan op de ontvanger.8 Op grond van artikel 4:104 van de Awb verjaart deze vordering vijf jaar na het nemen van het terugvorderingsbesluit.9 Den Ouden, Jacobs en Verheij merken op dat de wetsgeschiedenis op dit punt niet erg duidelijk is; men zou ook kunnen vaststellen dat de verjaringstermijn van artikel 4:104 van de Awb reeds gaat lopen op het tijdstip van onverschuldigde betaling.10 Dit lijkt niet erg waarschijnlijk, omdat artikel 4:57, vierde lid, van de Awb dan overbodig zou zijn.11 De verjaringstermijn van artikel 4:104 van de Awb kan wel worden gestuit, namelijk op grond van de artikelen 4:105, 4:106 en 4:107 van de Awb.