De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/8.6.1:8.6.1 De prioriteitsregel in concreto
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/8.6.1
8.6.1 De prioriteitsregel in concreto
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS384655:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De materieelrechtelijke vraag naar de vaststelling van de rangorde van goederenrechtelijke rechten – die wordt beantwoord aan de hand van de prioriteitsregel – moet worden onderscheiden van de vraag naar de wijze waarop de prioriteitsregel in concreto gestalte krijgt. Het feit dat een goederenrechtelijk gerechtigde een jonger recht niet tegen zich hoeft te laten gelden, kan verschillende uitwerkingen hebben. Vooropgesteld moet worden dat niet ieder geval van meervoudige bezwaring met beperkte rechten tot een conflict tussen deze rechten leidt. Zo zullen verschillende zekerheidsrechten voorafgaand aan een eventuele verhaalsuitoefening probleemloos naast elkaar kunnen bestaan. Ook ten aanzien van genotsrechten die niet gepaard gaan met de volledige heerschappij – bijvoorbeeld rechten van erfdienstbaarheid – zal het vaststellen van een rangorde niet steeds noodzakelijk zijn. Alleen als meerdere rechten niet volledig in concurrentie met elkaar kunnen worden uitgeoefend, wordt de vraag naar de verwezenlijking van de prioriteitsregel acuut.
In het hierboven besproken geval van een dubbele levering bij voorbaat is de wijze waarop de prioriteitsregel gestalte krijgt evident omdat alleen de oudste levering rechtsgevolg zal hebben. Ten aanzien van beperkte rechten moet onderscheid worden gemaakt naar de aard van het recht voor de wijze waarop het sterkste recht geldend wordt gemaakt tegenover jonger gerechtigden. Voor een beperkt zekerheidsgerechtigde zal het geldend maken van zijn recht inhouden dat hij het goed vrij van jongere rechten executeert omdat de concurrentie met andere gerechtigden zich in beginsel pas openbaart indien hij gebruik maakt van zijn executiebevoegdheid. Een beperkt genotsgerechtigde staat het instellen van een goederenrechtelijke rechtsvordering ten dienste om zijn recht jegens jonger gerechtigden te kunnen doen gelden. De aard van het oudste recht is tevens bepalend voor de gevolgen voor de jongere goederenrechtelijke rechten die bij het conflict zijn betrokken.