Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/9.1:9.1 Inleiding
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491143:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
93. In dit hoofdstuk staat art. 3:81 lid 3 BW centraal. In §2.5.1 en 2.6 is gebleken dat een eigenaar bij toepasselijkheid van die bepaling, in zekere zin een beperkt recht op zijn eigen zaak heeft. De vermenging ‘werkt’ niet ten nadele van hen die op het tenietgaande recht op hun beurt een beperkt recht hebben. Evenmin ‘werkt’ vermenging ten voordele van hen die het tenietgaande recht moesten eerbiedigen. In dit hoofdstuk wordt onderzocht hoe dat ‘werken’ moet worden begrepen. Blijft het beperkte recht relatief of absoluut voortbestaan (§9.2)? Kan een eigenaar ten gunste van zichzelf een beperkt recht op zijn eigen zaak vestigen als dat beperkte recht valt binnen de reikwijdte van art. 3:81 lid 3 BW (§9.3)?
Verder wordt onderzocht hoe art. 3:81 lid 3 BW toegepast moet worden bij afhankelijke beperkte rechten die zijn gevestigd ten behoeve van een beperkt recht dat door vermenging tenietgaat (§9.4). Ten slotte wordt bezien of art. 3:81 lid 3 BW analoog toegepast kan worden op enkele rechten die geen beperkte rechten zijn, maar wel enige kenmerken hebben van goederenrechtelijke rechten: de kwalitatieve verplichting, beslag, retentierecht en voorrecht (§9.5, 9.6 en 9.7).