Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/9.8:9.8 Conclusie
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/9.8
9.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491191:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
106. Volgens art. 3:81 lid 3 BW ‘werkt’ het tenietgaan door vermenging van een beperkt recht niet ten nadele en niet ten voordele van bepaalde personen. Dit ‘werken’ moet aldus worden opgevat dat het beperkte recht absoluut (ten opzichte van eenieder) blijft voortbestaan. Deze oplossing past beter in het systeem van het goederenrecht dan een relatief voortbestaan, en leidt tot meer rechtszekerheid. De eigenaar kan bovendien het beperkte recht overdragen of bezwaren met andere beperkte rechten. Zijn schuldeisers kunnen beslag leggen op het beperkte recht.
Een eigenaar kan verder een beperkt recht op zijn eigen zaak vestigen, als hij tegelijkertijd op dat recht een ander beperkt recht vestigt. Een eigenaar kan bijvoorbeeld een recht van opstal ten gunste van zichzelf vestigen, als hij tegelijkertijd op het opstalrecht een hypotheek vestigt ten gunste van een derde. Daardoor ontstaat dezelfde rechtstoestand als wanneer de eigenaar een verhypothekeerd recht van opstal verkrijgt (art. 3:81 lid 3, eerste volzin BW). Eveneens kan een eigenaar ten gunste van hemzelf een beperkt recht op zijn eigen zaak vestigen, als hij tegelijkertijd een ander beperkt recht vestigt ten gunste van een derde die het eerste beperkte recht moet eerbiedigen. Bijvoorbeeld een eerste hypotheek ten gunste van hemzelf en een tweede hypotheek ten gunste van een derde. Een dergelijke rechtstoestand kan op grond van de tweede volzin van art. 3:81 lid 3 BW ook ontstaan als een eigenaar een hypotheek op zijn eigen zaak verkrijgt.
Een afhankelijk beperkt recht kan op een eigen zaak rusten, als een andere beperkt gerechtigde daarbij belang heeft. Iemand kan bijvoorbeeld een erfdienstbaarheid vestigen op en ten behoeve van percelen waarvan hij eigenaar is, als op het heersende erf een hypotheek van een derde rust. De hypotheekhouder heeft belang bij de erfdienstbaarheid.
Art. 3:81 lid 3 BW dient analoog toegepast worden op kwalitatieve verplichtingen en op beslagen. Deze rechten zijn weliswaar geen beperkte rechten, maar zij vertonen zodanige overeenkomsten met goederenrechtelijke rechten, dat een analoge toepassing gerechtvaardigd is.
Retentierechten en voorrechten zijn niet zozeer rechten op goederen, maar geven aanspraak op voorrang bij de verdeling van de executieopbrengst van een goed. Om die reden dient art. 3:81 lid 3 BW niet analoog toegepast te worden op die rechten. Indirect is de bepaling wel analoog van toepassing, omdat schuldeisers die aanspraak wensen te maken op een retentierecht of een voorrecht, beslag dienen te leggen om hun voorrang te kunnen effectueren.