Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.2.3
4.2.3 De opzegvergoeding: loon en schadevergoeding na opzegging
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855340:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Overigens brengt een redelijke uitleg van art. 7:406 lid 1 BW mee dat de gemaakte onkosten van zowel de reeds uitgevoerde als de toekomstige werkzaamheden dienen te worden vergoed. Dat leidt ertoe dat de opdrachtnemer ook bij het einde van de overeenkomst recht heeft op een vergoeding van de redelijk verantwoorde en aan de uitvoering van de opdracht verbonden onkosten, tenzij deze kosten in het loon zijn verdisconteerd (art. 7:406 lid 1 BW). Dit is o.a. af te leiden uit de woorden ‘onverminderd artikel 406’ (art. 7:408 lid 3 BW), waarmee een koppeling wordt gemaakt tussen de opzegging en art. 7:406 BW.
Dat de opdrachtgever wettelijk gezien een ruime opzegbevoegdheid heeft en geen opzegtermijn in acht hoeft te nemen, zegt nog niets over de financiële gevolgen van de opzegging. Zo kan de opgezegde opdrachtnemer onder omstandigheden aanspraak maken op het in redelijkheid vast te stellen deel van het loon of het volle loon (paragraaf 4.2.3.1), dan wel op een schadevergoeding als gevolg van de opzegging (paragraaf 4.2.3.2).1
4.2.3.1 Het recht op loon na de opzegging4.2.3.2 Schadevergoeding als gevolg van de opzegging