De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.3.3.1:6.3.3.1 Inleidende opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.3.3.1
6.3.3.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399538:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is steeds gesproken over de overeenkomst van 29 april 2002 tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen. Strikt genomen is dat niet geheel juist. De overeenkomst bestaat in hoofdzaak uit twee delen: in het eerste deel worden de verhoudingen tussen de schadevergoedingsorganen onderling geregeld. Het betreft hier de relaties tussen de schadevergoedingsorganen die voortvloeien uit art. 24 van de Richtlijn: de verzekeraar heeft nagelaten een schaderegelaar aan te stellen, dan wel de schaderegelaar of de verzekeraar doet niet binnen drie maanden een onderbouwd aanbod, c.q. laat na een gemotiveerd antwoord te geven waarom hij daartoe niet in staat is. In deze gevallen heeft het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde een verhaalsrecht op het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat waar de verzekeraar is gevestigd die de polis heeft afgegeven.
Het tweede deel van de overeenkomst van 29 april 2002 regelt de verhoudingen tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen als zich de situatie van art. 25 van de Richtlijn voordoet. Het betreft hier de situatie van het ongeval waarvoor een onverzekerd, dan wel onbekend gebleven motorrijtuig aansprakelijk is. In dat geval heeft het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van woonplaats van de benadeelde een verhaalsrecht op hetzij het waarborgfonds van de lidstaat van het ongeval, dan wel van de lidstaat waar het - niet-verzekerde - aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald.
Het derde deel van de overeenkomst schrijft voor zover hier van belang zowel voor geschillen tussen schadevergoedingsorganen onderling als voor disputen tussen schadevergoedingsorganen en waarborgfondsen een arbitrageprocedure voor.
In paragraaf 6.33.2 zal het gedeelte van de overeenkomst dat is gebaseerd op art. 24 van de Richtlijn worden besproken en in paragraaf 6.33.3 het gedeelte dat art. 25 uitwerkt.