Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.3.c:6.6.3.c Artikel 22, zesde lid, tweede alinea, aanhef en onder c, van het DWU
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.3.c
6.6.3.c Artikel 22, zesde lid, tweede alinea, aanhef en onder c, van het DWU
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362919:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 15 juni 2006, zaak C-28/05, (Dokter), punten 75 en 76.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 22, zesde lid, tweede alinea en onder c, van het DWU beperkt het kenbaarmakingsbeginsel als de aard of de omvang van een gevaar voor de veiligheid van de Unie, haar ingezetenen, de gezondheid van de mens, dier of plant, het milieu of de consument daartoe aanleiding geeft. Dit artikel geeft een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel op grond van de feiten en omstandigheden van een individueel geval. De jurisprudentie van het Hof van Justitie over het beperken van rechten op grond van artikel 52 van het Handvest laat zien dat het Hof van Justitie individuele beperkingen waaraan een weging tussen concurrerende beginselen ten grondslag ligt over het algemeen als aanvaardbaar ziet (paragraaf 6.6.2.a). Artikel 22, zesde lid, tweede alinea, aanhef en onder c, van het DWU past hier goed in. De belangen van veiligheid van de Europese Unie en haar ingezetenen gaan dan voor het individuele hoorrecht.1