De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.4.6:4.8.4.6 Van overheidswege opgestelde examens
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.4.6
4.8.4.6 Van overheidswege opgestelde examens
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949319:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2, tweede lid, van de Wet College voor toetsen en examens.
Artikel 3.25, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wvo 2020.
Artikel 10 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met uitzondering van het hoger onderwijs wordt in alle onderwijssectoren een van overheidswege opgesteld examen afgenomen. Hieronder wordt verstaan: de doorstroomtoets in het primair onderwijs en de centrale examens in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. De rol van het bevoegd gezag wijkt ten aanzien van deze examens af van zijn rol bij de examens die het zelf opstelt omdat de van overheidswege opgestelde examens en de bijbehorende beoordelingsnormen doorgaans worden vastgesteld door een derde. Soms wordt zelfs het examen geheel of gedeeltelijk beoordeeld door een derde. Het bevoegd gezag en de leraar hebben bij deze examens dan ook een kleinere rol. Hoe groot die rol precies is en hoe het bevoegd gezag en de leraar/examinator zich tot elkaar verhouden verschilt per onderwijssector.
In het primair onderwijs wordt de door de minister toegelaten doorstroomtoets opgesteld en beoordeeld door de toetsaanbieder.1 De directeur van de school dient de toets af te nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. De taak om als examinator op te treden is in dit geval door de wetgever opgedragen aan de toetsaanbieder. Het bevoegd gezag, de directeur en de leraar kunnen zich dus allen niet mengen in de beoordeling van de doorstroomtoets. Dit is op zich geen probleem omdat de doorstroomtoets niet doorslaggevend is bij het vaststellen van het schooladvies, het bevoegd gezag kan gemotiveerd afwijken van de toetsuitslag.
Het centraal examen in het voortgezet onderwijs wordt opgesteld door het CvTE.2 Anders dan bij de doorstroomtoets wordt het centraal examen in het voortgezet onderwijs niet beoordeeld door de opsteller van het eindexamen, maar door de directeur en de examinator van de school, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.3 De examinator dient hierbij de beoordelingsnormen van het CvTE te volgen, daarnaast wordt dit examen tevens beoordeeld door een gecommitteerde. De score van het centraal examen komt tot stand in overleg tussen de examinator en de gecommitteerde. Indien zij er niet uitkomen kan het bevoegd gezag van de gecommitteerde hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator.4 Als ook zij gezamenlijk de score van het centraal examen niet kunnen vaststellen, stelt de Inspectie een onafhankelijke corrector aan die de knoop doorhakt.
In het middelbaar beroepsonderwijs wordt het centraal examen opgesteld door het CvTE.5 Net als het instellingsexamen wordt het centraal examen nagekeken door de examencommissie, hierbij dient de examencommissie de beoordelingsnormen van het CvTE te hanteren.6 Het bevoegd gezag kan zich niet mengen in de beoordeling van het centraal examen: deze taak is immers geattribueerd aan de onafhankelijke en deskundige examencommissie.