Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.6.3
7.6.3 Staatsinrichting Ic 1900-1945
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977345:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 24 juni 1916, Stb. 1916, nr. 297.
C.J. Franssen & J. van Zwijndregt, Beknopt leerboek der Staatsinrichting van Nederland, Groningen: Wolters 1927.
In 1961 verschijnt de 21e druk, herzien door A.J. Schouwenaar.
H.M. Franssen & J.F. Schouwenaar-Franssen, Staatsinrichting van Nederland, 30e druk, Groningen: Wolters 1993.
Duyverman 1936, p. 197 en Duyverman 1939, p. 206.
Ibid., p. 206-207. Deze kritische noot is vooral van didactische aard.
Ibid., p. 203. Brede verspreiding in aflopende reeks is: Feenstra, Franssen & Van Zwijndregt, Andreae/ Schenk en Vorstman. Op Rijkshbsen scoort Feenstra als hoogste 19x, op gem. hbsen Andrae en Schenk 15x en op bijz. hbsen Feenstra 9x; Duyverman, Over den stand van ons Staatswetenschapelijk Middelbaar Onderwijs, Groningen: Wolters 1938. Franssen & Van Zwijndregt (35) voeren in 1938 de lijst aan, gevolgd door Vorstman (25), Andrae/ Schenk (18), Feenstra (17), Diepenhorst (8), Spaander (8), Mouw (7), Westerveld (5), Hoogcarspel (4), Smit (4), Zijlstra (3), Kleijntjes (2), Deering en Van Buren (1), Van Sas (1) en Wansink (1).
Zie: VOS-M 1962, 65, p. 20 en 1962, 66, p. 14-16.
F. Vorstman, Hoofdlijnen der staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, Haarlem: Tjeenk Willink 1925.
F. Vorstman, Hulpboekje ten gebruike bij het Onderwijs in de Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, Haarlem: Tjeenk Willink 1928.
Profusie is overvloed.
Ibid, p. 41-42. Gerechtshoven moet zijn: rechtspraak.
P.A. Diepenhorst, Onze staatsinrichting, 4e druk, Zutphen: Ruys 1931 (1e druk 1920).
J.A.M. van Staay, Overzicht der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, ās-Hertogenbosch: Malmberg 1938; zie bespreking van de methodische opzet: Duyverman 1939, p. 312-313 en J.A.M. van Staay, Overzicht der staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, 's-Hertogenbosch: Malmberg 1966 (6e druk).
W. Lubberink, Elementaire Schets van het Nederlandsche Staatsrecht, Leiden: Handelswetenschappelijke bibliotheek 1939.
L.R. Beijnen 1864, De Grondwet, Schoonhoven: Van Nooten 1894, M.J. IJzerman, Schets van de geschiedenis onzer staatsregeling, Haarlem: Tjeenk Willink 1906, Duyverman 1936, p. 205.
Duyverman 1936, p. 205.
Van 1900-1940 verschijnen Andrae, Beumer, Diepenhorst, Drost, Franssen & Van Zwijndregt, Hoogcarspel, Lubberink, Mouw, Oosterbaan, Spaander, Van Sas, Van Staay, Vorstman en Zijlstra (Bijlage VIa). In het interbellum zijn de nodige staatsinrichtingsuitgaven voor de hbs, mhs en hhs verschenen. De geschiedenisleraar op gymnasium en mms heeft hiermee ook ruime keuze. Op bijzondere driejarige hbs-en komt staatsinrichting bij de beginselen van staathuishoudkunde aan bod, (wettelijk) vanaf 1916 gevolgd op de openbare hbs- en.1 Ik noem enige veel gebruikte uitgaven:
Franssen & Van Zwijndregt, Beknopt leerboek der Staatsinrichting van Nederland2, voortgezet door Franssen & Van Zwijndregt3, en Franssen & Schouwenaar-Franssen, Staatsinrichting van Nederland.4
Het beknopt (!) leerboek opent met āhet Staatsrecht, waarmee leerlingen later als Staatsburgers in aanraking komen. Vanwege de tijd zijn er bij de Grondwet geen historische beschouwingenā. De inleiding opent met grondbegrippen (p. 5-9). De uitgave ziet Duyverman als āuniek in zijn soort, voor zover het voorbeelden uit de dagbladen betreftā.5 Minder enthousiast is hij over de inrichting: āDe persoon des Konings (art. 10-82 Gw) komt na de provincie en gemeenteā.6 Het boek is in 1936 op twaalf Rijks-, tien gemeente- en drie bijzondere hbsā²en in gebruik, waarmee het Feenstra in gebruik benadert.7 Vele drukken volgen nog als Staatsinrichting van Nederland.8
Vorstman, Hoofdlijnen der staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden.9
Vorstman, Hulpboekje ten gebruike bij het Onderwijs in de Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden.10
āDe uitgave is een handleiding bij het MO in staatsinrichting: hierom is gestreefd naar beknoptheid, het zo weinig mogelijk in beschouwingen treden en beperking tot de essentialia. De leerling neemt de leerstof gemakkelijker op, als er een geraamte zichtbaar is en geen profusie van beschouwingenā.11 De tabellen staan in Vorstmans Hulpboekje ten gebruike bij het Onderwijs in de Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Het boek volgt de Grondwet en sluit af met een Aanhangsel over de Volkerenbond. In hoofdstuk 1 Staat en staatsvormen zijn de staten onderscheiden. Par. 3 De Staatsvorm van Nederland: constitutionele monarchie naar de bestuursvorm (p. 8). Hoofdstuk II bevat De geschiedenis der Grondwet. In hoofdstuk III zijn de verplichtingen der inwoners in extenso vermeld (p. 39-40). De machtenscheiding volgt in hoofdstuk IV (p. 41/42). Bij de Beteekenis der āTrias politicaā zijn āvolksvertegenwoordiging, monarch en gerechtshoven vermeldā: āDe staatsmacht is ondeelbaar. De hoogste macht is toegekend aan de wetgever. De wetgevende macht is aan Koning en Staten-Generaal gezamenlijk, uitvoerende macht aan de Koning en rechterlijke macht aan rechtersā.12
Diepenhorst, Onze staatsinrichting.13
Uitgangspunt is het programma van eisen voor staatsinrichting. āOm die reden is de literatuuropgave achterwege gebleven en de behandeling beperkt tot eene uiteenzetting van de geldende wetgevingā. Aangetroffen is: de monarchie als staatsvorm en de constitutie of staatsregeling (p.9). Hoofdstuk III bevat plichten en rechten der onderdanen. Hoofdstuk VIII behandelt āhet tot stand komen eener wetā.
Van Staay, Overzicht der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden met XXVII bijlagen (1e druk).14
Van Staay volgt het āAlgemeen hbs-leerplanā in Overzicht der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden. āHet vak staatsinrichting loopt op de b-afdeling in de vierde klasse af, op de a-afdeling niet. In deze tijd van intense politieke belangstelling bestaat ongetwijfeld behoefte aan een beknopt boekā, schrijft Van Staay (p. 5-6). De Grondwet, wetten, verordeningen en een overzicht van politieke partijen en programma's zijn opgenomen (p. 143-181). Het boek bevat een artikelsgewijs deel over de Grondwet en een thematisch deel. Een voorbeeld van het laatste is hoofdstuk 3 De verdeling van de overheidsfuncties (trias politica) genaamd (56 p.), waaruit blijkt dat āer geen sprake is van drie geheel zelfstandige en elkander in evenwicht houdende machtenā (p. 24-25). Van Staay beschrijft de staats- en regeringsvormen helder (p. 12-14). De uitgave is voorzien van vragen (p. 114-116).
Lubberink, Elementaire Schets van het Nederlandsche Staatsrecht.15
De auteur meldt dat āStaatsinrichting door de meeste leerlingen als bijvak wordt beschouwd. Bij de na het eindexamen behouden boeken treft men slechts zelden het leerboek voor Staatsinrichting aanā (p. 5). Storend is de bestempeling door de auteur van āde tegenwoordige Nederlandse staatsvormā tot monarchie (p. 11).
Op gymnasia zijn vanaf 1876 tot in de jaren twintig uitgaven van Beijnen, Van Nooten en IJzerman16 en in de jaren dertig uitgaven van Andrae, Franssen & Van Zwijndregt, Vorstman, Kleijntjes & De Bie en De Jongh in gebruik. Op de mms zijn enige van deze uitgaven in gebruik.17