Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.9.3.6:5.8.9.3.6 De rechtsvordering ter bescherming van het verpande goed
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.9.3.6
5.8.9.3.6 De rechtsvordering ter bescherming van het verpande goed
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649039:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de inningsbevoegdheid van een pandhouder niet met zich brengt dat een pandhouder het recht heeft om in verzet te komen, resteert de vraag of artikel 3:245 BW de pandhouder een basis zou kunnen bieden om het recht van verzet te mogen uitoefenen. De Hoge Raad heeft dit circa twintig jaar geleden afgewezen, maar de vraag is of de ruimere inningsbevoegdheid die de pandhouder volgens de recente ontwikkelingen toekomt van invloed zou kunnen zijn op de uitwerking van artikel 3:245 BW.
Op grond van artikel 3:245 BW kan worden beredeneerd dat een pandhouder – die een pandrecht heeft op een vordering van een vrijgestelde rechtspersoon – de rechtspersoon die de 403-verklaring heeft afgegeven moet kunnen aanspreken op basis van die 403-verklaring vanwege zijn ruime inningsbevoegdheid en verzet moet kunnen aantekenen tegen het beëindigen van de overblijvende aansprakelijkheid;
Artikel 3:245 BW:
Tot het instellen van rechtsvorderingen tegen derden ter bescherming van het verpande goed is zowel de pandhouder als de pandgever bevoegd, mits hij zorg draagt dat de ander tijdig in het geding wordt geroepen.
Geredeneerd kan worden dat de afgeleide mogelijkheid van een pandhouder om de moedervennootschap aan te spreken een bescherming biedt voor het verpande goed, de hoofdvordering. Het voorkómen dat deze bescherming komt te vervallen, zou dan eveneens moeten vallen onder de bescherming van het verpande goed. Uiteraard is hier discussie over mogelijk.