25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/22.2.5:22.2.5 Motiveringsbeginsel
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/22.2.5
22.2.5 Motiveringsbeginsel
Documentgegevens:
mr. dr. L.M. Koenraad, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. L.M. Koenraad
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Motivering van zienswijze: zie bijv. L.M. Koenraad, De uniforme openbare voorbereidingsprocedure, Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 33-34 en de daar aangehaalde jurisprudentie. Motivering van bezwaar- en beroepschriften: zie bijv. Schreuder-Vlasblom 2017, p. 340-343.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bestuursorgaan
Het bestuursorgaan moet aan de burger in ieder geval duidelijk maken a. welke feiten en omstandigheden het bij het nemen van het besluit heeft betrokken; b. hoe het deze informatie heeft achterhaald; c. welke belangen tegen elkaar zijn afgewogen; en d. waarom aan bepaalde belangen meer gewicht is toegekend dan aan andere belangen (of waarom bepaalde belangen geen rol van betekenis kunnen spelen). Met behulp van de motivering die aan het genomen besluit ten grondslag wordt gelegd, kunnen derden nagaan of het genomen besluit voldoet aan de eisen die de andere algemene algemene beginselen aan dit besluit stellen.
Burger
Als uitgangspunt geldt dat de burger niet is gehouden om aan te geven welke redenen ten grondslag liggen aan zijn keuze om zijn aanspraak te benutten. Zo hoeft hij niet aan te geven waarom hij wil dat het bestuur hem een uitkering verstrekt, wettelijke voorschriften handhaaft of documenten openbaar maakt (artikel 3 lid 3 Wob).
Dit uitgangspunt wordt echter stevig genuanceerd als het gaat om inspraak en rechtsbescherming. Een reactie op een ontwerpbesluit behoort te zijn gemotiveerd om als zienswijze (in de zin van artikel 3:15 Awb) door het leven te gaan, terwijl een rechtsmiddel tegen een definitief besluit buiten behandeling kan blijven als dit niet tijdig van gronden (in de zin van artikel 6:5 lid 1 sub d Awb) is voorzien.1
Het vorenstaande rechtvaardigt de vraag of de burger bij het effectueren van zijn aanspraak op beïnvloeding van overheidsoptreden – door middel van inspraak of rechtsbescherming – een stelplicht heeft. Die vraag wordt prangender als men beseft dat de burger tijdens de bezwaarfase uitdrukkelijk moet verzoeken om vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten (artikel 7:15 lid 2 Awb) en van de door het bestuur verbeurde dwangsommen wegens het niet tijdig beslissen (par. 4.1.3.2 Awb).
Consequenties
Wie niet voldoet aan zijn stelplicht – lees: verzuimt om een rechtsmiddel tijdig van gronden te voorzien – loopt het risico dat dit rechtsmiddel buiten behandeling blijft (zienswijze) of niet-ontvankelijk wordt verklaard (bezwaar of administratief beroep).