Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/22.2.3
22.2.3 Evenredigheidsbeginsel
mr. dr. L.M. Koenraad, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. dr. L.M. Koenraad
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Lees bijv. de uitvoerig gedocumenteerde conclusie van A-G Wattel van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1152) over de samenloop van sancties – bij het opleggen en/of effectueren – wegens één overtreding.
Men leze in dit verband E.M.H. Hirsch Ballin, ‘Dynamiek in de bestuursrechtspraak’, in: Rechtsontwikkeling door de bestuursrechter (VAR-reeks 154), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2015, p. 7-58. Over de noodzaak tot opvulling – door de bestuursrechter – van het ‘gat’ dat ontstaat indien zowel de wetgever en het openbaat bestuur terugtreden bij het uitoefenen van controle op concrete beschikkingen. Lees verder het jaarverslag van de Raad van State over 2017 (https://jaarverslag.raadvanstate.nl/2017/visueel/uploads/2018/03/Webversie-jaarverslag-2017-Raad-van-State.pdf), p. 60-61.
Bijv. ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2431; ABRvS 10 mei 2017, ECLI:RVS:2017:1233, AB 2017/235, m.nt. P.J. Stolk. Deze uitspraken staan bepaald niet op zichzelf.
Bestuursorgaan
Het bestuursorgaan moet voorkomen dat de burger onevenredig wordt belast. Hieruit zou men kunnen afleiden dat het bestuursorgaan moet kiezen voor een maatregel die de burger zo min mogelijk pijn doet (tenzij het gaat om het opleggen van een bestraffende sanctie).1 De bestuursrechter deinst niet er tegenwoordig niet voor terug om de keuzen van het bestuursorgaan op dit punt indringend te toetsen.2
Burger
Omgekeerd behoort de burger te kiezen voor communicatie die de werkprocessen bij (de ambtelijke ondersteuning van) het bestuursorgaan zo min mogelijk belemmert. Die terughoudendheidsplicht is aan de oppervlakte gekomen door recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak over verzoeken om verstrekking van documenten. Zij schroomt tegenwoordig namelijk – ondanks de wettelijk verankerde regel dat de burger geen eigen belang hoeft te stellen bij zijn verzoek om openbaarmaking van stukken (artikel 3 lid 3 Wob) – niet om uitdrukkelijk te vragen welke motieven ten grondslag liggen aan de keuze om het verzoek te gieten in de vorm van een ‘Wob-aanvraag’, en om consequenties aan het antwoord op die vraag te verbinden.
Het gebeurt tegenwoordig namelijk meer dan incidenteel dat de Afdeling bestuursrechtspraak een brief waarin de burger verwijst naar de Wob, slechts kwalificeert als een ‘los’ verzoek om verstrekking van documenten.3 Die kwalificatie leidt haar vervolgens tot de conclusie dat een afwijzende beslissing op zo’n verzoek geen appellabel besluit oplevert (vgl. artikel 1:3 lid 2 Awb) en dat het bestuursorgaan wegens het uitblijven van zo’n beslissing geen dwangsommen kan verbeuren (vgl. artikel 4:17 lid 1 Awb).
Consequenties
Wie niet voldoet aan zijn terughoudendheidsplicht – lees: (de ambtelijke ondersteuning van) het bestuursorgaan meer belast dan nodig – loopt het risico dat de bestuursrechter zijn brief kwalificeert als een ‘los’ verzoek en daarmee de afwijzende reactie op die brief als een beslissing of mededeling waartegen geen bestuursrechtelijk rechtsmiddel openstaat (vgl. artikel 1:3 lid 3 Awb). Die kwalificatie leidt hem tot het oordeel dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, wat maakt dat hij hoe dan ook niet toekomt aan de inhoudelijke toetsing van de in geding zijnde beslissing annex mededeling.