Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.8.8:4.8.8 Het rechtsgevolg van de afscheiding op grond van een ius tollendi
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.8.8
4.8.8 Het rechtsgevolg van de afscheiding op grond van een ius tollendi
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644886:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Spath (2010), p. 181.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wegneemgerechtigde (of diens rechtsopvolger) is degene die de zaak heeft toegevoegd. Maar wie wordt eigenaar van het afgescheiden bestanddeel? Voor de beantwoording van deze vraag spelen verschillende aspecten een rol. Allereerst het doel van het ius tollendi: het terugdraaien van de ongerechtvaardigde verrijking door natrekking. Daaronder valt ook dat de (ongerechtvaardigde) verarming wordt teruggedraaid. Deze verarming heeft betrekking op het rechtsverlies door de vereniging van de zaken. Voor de rechtsgevolgen van afscheiding op grond van een ius tollendi is dus van belang om na te gaan wie door de natrekking verarmd is. De terug te draaien verrijking is de eigendomsverkrijging van de toegevoegde zaak door de eigenaar van de hoofdzaak, welke zonder een geldige causa is gebeurd. Dit betekent ten eerste dat de gedachte achter het ius tollendi is, dat de eigenaar van de hoofdzaak niet de eigenaar wordt van de afgescheiden zaak. De afscheiding op grond van een wegneemrecht zorgt voor een uitzondering op de hoofdregel, te weten dat de eigenaar van de hoofdzaak eigenaar wordt van de afgescheiden zaak.
Ten tweede blijkt uit de werking van het ius tollendi dat de eigendomsverhoudingen van vóór de verbinding van belang zijn.1 Een huurder die de keuken van de verhuurder installeert in het gehuurde huis, mag deze keuken niet wegnemen aan het einde van het huurcontract. Van een ongerechtvaardigde verrijking is immers geen sprake, hooguit heeft hij kosten gemaakt in de vorm van arbeid. Een afscheidingsrecht voor de vergoeding van deze kosten heeft hij niet. Als de huurder zijn eigen keuken in het huis heeft ingebouwd, mag hij haar wel verwijderen. Hij mag dit zelfs doen als hij een keuken heeft ingebouwd die onder eigendomsvoorbehoud aan hem is geleverd. Dit betekent dat de reikwijdte van het afscheidingsrecht wordt bepaald door de eigendomsverhoudingen van vóór de verbinding. Alleen datgene mag worden afgescheiden dat voor de verbinding niet in eigendom toebehoorde aan de eigenaar van de hoofdzaak. Als hij alleen een keuken heeft toegevoegd, heeft de huurder slechts een afscheidingsrecht dat zich uitstrekt over de keuken en niet over andere zaken.
Twee opties zijn mogelijk wat betreft de eigendom ná de afscheiding. Ofwel de oorspronkelijke eigenaar van vóór de verbinding verkrijgt het eigendomsrecht van de afgescheiden zaak (in pristinam causam) ofwel de wegneemgerechtigde verkrijgt het. Deze twee personen zullen vaak, maar niet altijd, één en dezelfde persoon zijn. Dit is bijvoorbeeld niet het geval als onder eigendomsvoorbehoud geleverde zonnepanelen door de koper in het dak worden geïntegreerd van een door hem gehuurd huis. De koper/huurder is de wegneemgerechtigde op basis van art. 7:216 BW, terwijl de leverancier van de nog niet betaalde zonnepanelen de (oorspronkelijke) eigenaar is. In de gevallen waarin de (oorspronkelijke) eigenaar en de wegneemgerechtigde niet dezelfde persoon zijn, is de toewijzing van de eigendom aan de wegneemgerechtigde onbevredigend. Onbevredigend omdat de verarming immers plaats vindt aan de zijde van de oorspronkelijke eigenaar.
In de hierboven beschreven casus zou de koper en niet de leverancier onder eigendomsvoorbehoud de zonnepanelen verkrijgen. De verarming blijft dus bestaan, nu ten aanzien van de leverancier. Nu is wellicht deze uitkomst te billijken, aangezien de leverancier zaken heeft geleverd (zonnepanelen) waarbij de kans groot is dat deze worden nagetrokken door een andere zaak (het huis of de grond). Hij zal bekend zijn met dit risico en zou zich hiertegen bijvoorbeeld kunnen verzekeren of zich op een andere manier kunnen indekken. Dit is echter geen principieel punt. En wat als er geen sprake is van een levering onder eigendomsvoorbehoud maar van bewaargeving? Stel dat iemand de panelen in bewaring heeft gegeven en de bewaarnemer vervolgens deze integreert in het huurhuis. Na de afscheiding wordt de bewaarnemer eigenaar van de panelen. Dit is onwenselijk.
4.8.8.1 De wegneemgerechtigde wordt eigenaar4.8.8.2 De oorspronkelijke eigenaar wordt (weer) eigenaar: “het recht van verwerving”