Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.2:5.2 Algemeen kader en karakteristieken van het strafrecht
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.2
5.2 Algemeen kader en karakteristieken van het strafrecht
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS353537:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Over het civiele recht gaat hoofdstuk 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ruimte voor billijkheidsuitzonderingen wordt nader bepaald door de algemene karakteristieken van het strafrecht. Deze worden hier weergegeven, waarbij de focus ligt op het materiële recht. Voorop staat dat de strafrechter geen algemene wettelijke uitzonderingsbevoegdheid heeft zoals de civiele rechter (art. 6:2 lid 2 BW).1 Toch komen uitzonderingen ook in het strafrecht voor, zowel ongeschreven als wettelijke uitzonderingen, en krachtens artikel 94 Gw. Elke uitzondering verhoudt zich op een bepaalde manier tot het rechterlijk beslissingsmodel van de artikelen 348 en 350 Sv (par. 5.2.1). De behoefte van strafrechters aan uitzonderingen is beperkt doordat zij straftoemetingsvrijheid hebben en veelvuldig gebruik maken van interpretatie, en doordat het OM veel mogelijke uitzonderingszaken seponeert. Ook dit alles kan worden geplaatst in of bij het model (par. 5.2.2). De strafrechtelijke uitzonderingsruimte wordt beperkt door het legaliteitsbeginsel (par. 5.2.3). Ondanks de beperkte behoefte aan uitzonderingen en het legaliteitsbeginsel is in de doctrine betoogd dat naast de al aanvaarde billijkheidsuitzonderingen nog andere moeten worden geaccepteerd (par. 5.2.4).
5.2.1 Gronden voor uitzonderingen in het rechterlijk beslissingsmodel (artikelen 348 en 350 Sv)5.2.2 Behoefte aan strafrechtelijke billijkheidsuitzonderingen5.2.3 Het legaliteitsbeginsel en de strafrechtelijke ruimte voor uitzonderingen5.2.4 Stelling van sommigen: nieuwe ongeschreven billijkheidsuitzonderingen5.2.5 Conclusies over het algemene kader van het strafrecht