De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/1.3.3.6:1.3.3.6 Gezagsverhouding met en de rechten van de leerling
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/1.3.3.6
1.3.3.6 Gezagsverhouding met en de rechten van de leerling
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949299:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tussen de leerling en de leraar bestaat geen directe rechtsverhouding, de leerling gaat met zijn inschrijving bij een bepaalde school een rechtsverhouding aan met het bevoegd gezag. Wel bestaat tussen de leerling en de leraar een gezagsverhouding. Het is immers aan de leraar om de structuur en inhoud van de lessen vorm te geven, de orde in de klas te bewaken, de leerling te begeleiden in het leren en te toetsen of de leerling de onderwijsdoelen heeft behaald. Ook heeft de leraar rekening te houden met de rechten van de leerling. De leerling heeft bijvoorbeeld recht op een ononderbroken ontwikkelingsproces en extra ondersteuning in het geval hij een beperking heeft. De gezagsverhouding met de leerling en de rechten van de leerling kunnen dan ook van positieve of negatieve invloed zijn op de autonomie van de leraar (zie hierover uitgebreider hoofdstuk 5).