De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/1.3.3.2:1.3.3.2 Wet- en regelgeving
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/1.3.3.2
1.3.3.2 Wet- en regelgeving
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949665:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als bij de onderwijsbestuurder of het bevoegd gezag, wordt de autonomie van de leraar beïnvloed door wet- en regelgeving. De leraar bevindt zich echter in een andere positie dan bijvoorbeeld het bevoegd gezag. De leraar is in beginsel niet de normadressaat van de onderwijswet- en regelgeving (zie uitgebreider § 3.5.1). De leraar wordt als werknemer van het bevoegd gezag echter wel geacht zich te houden aan relevante wet- en regelgeving en het beleid van het bevoegd gezag dat hieruit voortvloeit. Wet- en regelgeving is voor de leraar ook van belang omdat dit zijn autonomie kan versterken. Een voorbeeld hiervan is artikel 31a van de Wpo, waarin is vastgelegd dat de leraar in bepaalde gevallen dient te beschikken over voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap. Met deze bepaling heeft de wetgever beoogd de professionele ruimte van de leraar in de school te erkennen.1 Wet- en regelgeving kan dan ook de autonomie van de leraar zowel versterken als inperken.