Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.8.2
3.8.2 Algemeen Reglement voor de hbs-eindexamens 1870
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977384:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
KB van 10 maart 1870, Stb. 1870, nr. 49.
Het eerste meisje is nog niet - als leerling - op de hbs toegelaten. Dat is in 1871 - na goedkeuring door Thorbecke - Frederika Jacobs in Sappemeer (3j- hbs). Eerder is haar oudere zus Aletta als auditrix toegelaten; vgl. Pouwelse 1993, p. 59-60, Amsing 2002, p. 254, noot 224 en (anders): Hoogbergen 1991, p. 228-229.
De nadruk ligt op vergroting van de kennis en niet op verwerving van sociale vaardigheden. Vanaf 1968 komt hiervoor ruimte met de invoering van maatschappijleer in de Wvo (1963).
Bijlage bij KB 10 maart 1870, Stb. 1870, nr. 49; Bartels 1963, p. 115 en Duyverman 1936, p. 59.
Ibid., KB 1870.
Steyn Parvé 1871 en Bartels 1963, p. 73.
Steyn Parvé 1871, p. 33.
Rapport der Commissie benoemd krachtens besluit der Algemene Vergadering van den 29sten Augustus 1872, Zutphen: Thieme 1873.
D.J. Steyn Parvé, ’De Hoogere Burgerscholen in 1874’, De Economist 1875, dl I, p. 39 en deel II, p. 935 e.v.
Deel II, p. 934.
Bartels 1947, p. 119.
Gorter 2013, p. 49.
Eerste landelijke hbs-examens 1868/Staatsinrigting mondeling
De landelijke schriftelijke hbs-examens vinden in 1868 plaats. In het Algemeen Reglement voor de eindexamens van 1870 is voor de rijkshbs in de bijlage het programma van eisen1 vastgelegd met als doel ‘de vorming tot ontwikkelde lieden, met kundigheden die de hedendaagse maatschappij van elk beschaafd man eist’. De hbs was een jongensschool. Meisjes zijn vanaf augustus 1880 algemeen toegelaten.2 Nuttige vorming vraagt om onderwijs in de beginselen van wetenschap, en sociale en maatschappelijke vaardigheden.3 Het schriftelijk examen (artikel 57 MO) loopt onder meer over boekhouden (art.17p) en het mondeling (artikel 7 Regl.) over de vakken Staatsinrigting van Nederland […] (art.17g), staatshuishoudkunde en de statistiek (art. 17h), […] en geschiedenis (art.17k). Het mondeling examen Staatsinrigting eist kennis van:
‘de inrichting van het bestuur van het Rijk, de provincien en gemeenten, zoals dit door de grondwet, provinciale wet, gemeentewet en eenige andere organische wetten is geregeld, en van de onderlinge verhouding der onderscheidene staatsmachten in Nederland, alsmede een kort overzicht van de samenstelling van het bestuur in de koloniën en bezittingen van Nederland in andere werelddelen´.4
Voor het mondeling examen geschiedenis is kennis vereist van:
‘de geschiedenis van Nederland, ook in betrekking tot andere Europese staten, en van regeringsvormen die in ons vaderland aan de tegenwoordige zijn voorafgegaan, voege zich die van het ontstaan […] der Nederlandse koloniën’.5
Voorstel tot samenvoeging staatswetenschappen 1871-1875
De overladenheid van het hbs-programma leidt ertoe dat Steyn Parvé in 1871 in een Proeve van een Normaalprogramma voorstelt de staatswetenschappen samen te voegen en vervolgens met één wekelijks uur in de vierde en vijfde klas inroostert.6 Dit staat in schril contrast met de gangbare verdeling van twee wekelijkse uren staatsinrichting en drie uren staatshuishoudkunde en de statistiek. De beginselen der handelswetenschappen en handelsrecht zijn facultatief.7 In 1873 verschijnt het A.V.M.O.-Rapport over het voorstel tot inkrimping van de hbs-vakken.8 Staatswetenschappen worden niet geschrapt. In 1875 ziet Steyn Parvé zich wederom genoodzaakt voor te stellen om vakken samen te voegen door de overladenheid die door economische en technische ontwikkelingen eerder toe- dan afneemt.9 Hij acht ‘eenige vereenvoudiging van programma's en beperking van de omvang van het eindexamen van groot belang’.10 Op zijn lessentabel is staatsinrichting met één wekelijks uur in de vierde en vijfde klas verplicht, zijn de vakken handelswetenschappen en - recht facultatief en is staathuishoudkunde afgevoerd. De beperkingen op de lessentabel gaan ten koste van de staats- en handelswetenschappen, waarvoor twee wekelijkse uren resteren. In 1891 stelde de A.V.M.O. voor om handelsrecht te schrappen.11 Een verdere marginalisering van de curriculumposities van deze vakken kon niet uitblijven.12