Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/5.2.4
5.2.4 Het Grundbuch
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS391804:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Mugdan III, p. 918.
Zie bijvoorbeeld Dernburg I (1888), p. 92.
Zie hierboven p. 16.
De commissie zette zich af tegen de mogelijkheid die onder Romeins recht bestond om zekerheidsrechten vormvrij te vestigen. Als gevolg van de vormvrijheid heeft het Romeinse systeem van zekerheidsrechten immers de grootste hinder ondervonden om zich te ontwikkelen.
Mugdan III, p. 9.
De Pruisische Hypotheken-Ordnung introduceerde al in 1783 een grondboeksysteem. Zie voor een overzicht van de inrichting van registratiestelsel in de andere Duitse gebieden Mugdan III, p. 6-8.
Mugdan III, p. 9.
Mugdan III, p. 89.
De wetgever beschouwde zoals aangeduid de prioriteitsregel als een regel die voortvloeit uit de rechtslogica, waarvan codificatie achterwege kon blijven. Uitdrukkelijk was overwogen dat het toepassingsbereik van de prioriteitsregel zich niet tot pandrechten moest beperken, maar zich over alle zakelijke rechten – en dus ook over registergoederen – diende uit te strekken.1 Het is de verdienste geweest van de Pandektisten dat een rechtsregel voor botsende pandrechten zich heeft ontwikkeld tot een beginsel dat betrekking heeft op alle zakelijke rechten in het BGB.2 Bij de overname van het Romeinsrechtelijke prioriteitsbeginsel erkende de wetgevingscommissie dat het gebrek aan publiciteit waarmee het Romeinse recht kampte de toepassing van de prioriteitsregel heeft belemmerd.3 De commissie van het eerste ontwerp was doordrongen van de noodzaak om een systeem van registratie in te voeren.4 De afwezigheid van een registratiestelsel:
‘mindert naturgemäss die Neigung, Grundstücke zu erwerben und zu beleihen, erschwert in Folge dessen den Abschluss von Veräusserungs- und Kreditgeschäften zu angemessenen Bedingungen und schädigt auf diese Weise das Interesse der Grundbesitzer auf das Empfindlichste.’5
Aangezien daarnaast in veel Duitse landen reeds een stelsel van registratie in het leven was geroepen,6 kon het doel van de codificatie – te weten het bevorderen van de Duitse eenwording – ten aanzien van het onroerend-goedrecht alleen worden bereikt op grondslag van een openbaar systeem van registratie.7 Voor de vervreemding of bezwaring van registergoederen zijn een goederenrechtelijke overeenkomst (Einigung) en registratie (Eintragung) als constitutieve vereisten gesteld.8 Iedere wijziging in de goederenrechtelijke status van een Grundstück moet worden geregistreerd zodat deze voor een ieder kenbaar is. Het doel is immers om het rechtsverkeer rechtszekerheid te verschaffen en dwaling omtrent de op de onroerende zaak gevestigde rechten te vermijden.9