Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/5.2.5
5.2.5 Rangorde naar moment van registratie
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS384650:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In het eerste ontwerp was de betreffende paragraaf genummerd als § 840.
Eerste ontwerp § 840, opgenomen in Mugdan III, p. XI.
Het gaat met name om Zuid-Duitse staten zoals Bayern en Württemberg. Zie voor een overzicht Mugdan III, p. 125.
Reinhold Johow was de ontwerper van het zakenrecht van het BGB en overlegde in 1883 tevens een eerste ontwerp met begeleidende toelichting voor de Grundbuchordnung dat nog steeds wordt beschouwd als een van de belangrijkste bronnen van de ontstaansgeschiedenis van het Grundbuch. Zie Jakobs-Schubert 1982, p. 27.
Zie § 1 GBO (Grundbuchordnung). De ontwikkeling ter zake van de invoering van het elektronische Grundbuch – zie § 126 e.v. GBO – laat ik buiten beschouwing.
Zie § 9-11 GBV (Grundbuchverfügung).
Aan de hierboven geciteerde ontwerpwettekst van § 840 was nog toegevoegd: ‘sind jedoch mehrere Rechte in dieselbe Abteilung des Grundbuches eingetragen, so bestimmt sich das Rangverhältnis unter ihnen nach der Reihenfolge der Eintragung.’
Mugdan III, p. 549. Als redenen hiervoor droeg de commissie aan dat het vanuit juridisch-technisch oogpunt beter is om aan de datum niet te veel gewicht te hechten omdat voor de registratie het opnemen van de datum geen essentieel vereist is. Er zullen daarnaast in het werk van de ambtenaar minder fouten sluipen die bovendien – bijvoorbeeld in geval van een niet-gedateerde registratie – minder problematisch zullen zijn voor het vaststellen van de rangorde.
Op grond van § 13 lid 2 eerste volzin GBO moet dat tijdstip op de minuut nauwkeurig worden vastgelegd.
Het is de heersende mening dat de regels uit de GBO en het BGB op elkaar zijn afgestemd. Zie Baur-Stürner 2009, p. 212 en Weber 2015, p. 130. Overigens zal het in de meeste gevallen de notaris zijn die een verzoek tot registratie indient. § 925 BGB schrijft immers voor de overdracht notariële tussenkomst voor. De bevoegdheid van de notaris om het verzoek tot registratie in te dienen volgt uit § 15 GBO.
Het moment van registratie is voor de rang van het recht zelfs dan beslissend wanneer aan het vereiste van de Einigung – een constitutief vereiste voor het ontstaan van het recht – nog niet is voldaan. In verband met de rechtszekerheid is het voor derden kenbare moment van Eintragung bepalend. Zie § 879 lid 2 BGB en Baur-Stürner 2009, p. 213 en MünchKomm/Kohler § 879 Rn 33.
Zie Schöner-Stöber 2012, nr. 312 en Baur-Stürner 2009, p. 209 en 210.
Het is niet ongebruikelijk dat zekerheidsnemers wensen af te wijken van de wettelijke rangorderegeling. Voor de kredietverschaffing eisen zij de verkrijging van een zekerheidsrecht dat de eerste rang inneemt, waardoor zij in rang voor reeds gevestigde goederenrechtelijke rechten komen te staan. Zie voor enkele praktische voorbeelden waarin de wettelijke rangorde wel aansluit bij de partijbedoelingen Baur-Stürner 2009, p. 214.
Een zogenoemde Rangbestimmung is onderdeel van de goederenrechtelijke overeenkomst. Aangenomen wordt dat als ter zake van de afwijkende rang de Einigung en de Eintragung niet met elkaar overeenstemmen waardoor een recht met een andere dan overeengekomen rang ontstaat, het recht gelet op § 139 BGB niet tot stand komt. Zie Westermann-Gursky-Eickmann 2011, p. 662, Weber 2015, p. 133 en MünchKomm/ Kohler § 879 Rn 37.
Ten aanzien van rechten op registergoederen heeft de wetgever aan de prioriteitsregel uitdrukking gegeven in § 879 BGB.1 Deze paragraaf bevat een rangorderegeling voor in het Grundbuch geregistreerde rechten. In het eerste ontwerp werd de datum van registratie beslissend gevonden voor de plaats in de rangorde:
‘Unter mehreren Rechten an einem Grundstücke, […], geht das dem Datum nach früher, […], eingetragene Recht dem später eingetragenen Rechte vor. Die unter demselben Datum eingetragenen Rechte haben gleichen rang.’2
Het aansluiten bij de datum van de registratie – het zogeheten Tempusprinzip – zoals dat destijds in de Pfandgesetze en Grundbuchgesetze van een aantal Duitse gebieden gebruikelijk was,3 leed om administratieve redenen een belangrijke uitzondering. Voor een goed begrip van deze uitzondering is het van belang vooraf kort stil te staan bij de inrichting van de registers. Het Grundbuch waarvoor overigens al in 1883 een wetsontwerp was gemaakt door de ontwerper van het zakenrecht,4 wordt per district gevoerd in losbladige vorm en is ingericht in drie afdelingen.5Afdeling I betreft eigendomsverkrijgingen, in afdeling III worden zekerheidsrechten geregistreerd en afdeling II fungeert als restcategorie waarin bijvoorbeeld erfdienstbaarheden worden ingeschreven.6 Welnu, als uitzondering op het Tempusprinzip bepaalde het eerste ontwerp dat rechten die op dezelfde dag in dezelfde afdeling waren ingeschreven niettemin rang innemen naar de volgorde van inschrijving.7 Deze rechten werden immers op hetzelfde blad onder elkaar geregistreerd waarmee vaststaat dat het eerst vermelde recht ouder was dan het daaronder vermelde recht.
De tweede commissie had echter bezwaren tegen het Tempusprinzip. Hoewel de praktische uitwerking van de rangorderegeling hierdoor niet werd beïnvloed, gaf zij de principiële voorkeur aan het Lokusprinzip.8 Niet de datum, maar de plaats op het betreffende blad in het Grundbuch bepaalt in de ingevoerde wettekst in de regel de rangorde tussen meerdere gerechtigden tot eenzelfde registergoed. De datum speelt slechts een beslissende rol indien rechten in verschillende afdelingen zijn ingeschreven. In dat geval brengt het naar datum gemaakte onderscheid met zich mee dat twee op dezelfde dag ingeschreven rechten gelijke rang innemen.
De rangregeling op grondslag van de prioriteitsgedachte wordt verwezenlijkt door de procedurele regels uit de Grundbuchordnung (GBO).9
Zo moet het Grundbuchamt bij het verzoek tot registratie acht slaan op het tijdstip10 waarop dit binnenkomt omdat § 17 GBO bepaalt dat het eerst binnengekomen verzoek tot registratie ook eerst in het Grundbuch moet worden aangetekend.11 Meerdere registratieverzoeken moeten immers volgens § 45 GBO naar de volgorde van aanbieding worden aangetekend.12 De rangorde komt dientengevolge voor zover het aantekeningen in dezelfde afdeling betreffen tot stand in overeenstemming met het Lokusprinzip. Indien op dezelfde dag meerdere verzoeken tot registratie in verschillende afdelingen worden gedaan richt de rangorde zich volgens § 879 lid 1, tweede volzin BGB naar het Tempusprinzip. Om recht te doen aan de prioriteitsregel zal het Grundbuchamt het eerst binnengekomen verzoek op een eerdere dag moeten registreren of ingevolge § 45 lid 2 GBO bij de registratie uitdrukkelijk moeten vermelden dat het eerder ingeschreven recht het andere voorgaat.13 Op die manier komt het eerder op dezelfde dag aangeboden recht ook in rang boven een later aangeboden recht te staan.
De wettelijke regeling die de rang van het recht koppelt aan het moment van registratie is niet dwingendrechtelijk van aard. § 879 lid 3 BGB laat de mogelijkheid open voor partijen om een afwijkende rangorde overeen te komen.14 Een dergelijke afwijking – die ook erin kan bestaan dat beide rechten gelijke rang verkrijgen – vereist op haar beurt weer Einigung en Eintragung.15 Daarnaast kan de rangorde ook nadien nog worden gewijzigd op grond van § 880 BGB (Rangänderung).16