Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.6.2
7.6.2 Staatsinrichting Ib 1866-1900
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977416:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor gebruik in meer vakken: R. van Eck, Beknopt leerboek der geschiedenis, staatsinrigting en land - en volkenkunde van Nederlandsch Oost-Indië, Breda: Broese 1899.
L.Ed. Lenting, Schets van het Nederlandsch Staatsbestuur en dat der Overzeesche bezittingen, 7e uitg., bewerkt door H.J. Romeijn, 's-Gravenhage: Van Cleef 1914.
L. de Hartog, De gronden der Staats-, provinciale- en gemeente-inrichting van Nederland, Leiden: Sijthoff 1871 (2e, herz. druk), p. V.
E.A. Pateer, Staathuishoudkundige beschouwingen over kapitaal en werk, benevens eenige beschrijvingen betrekkelijk de door iederen mensch ter bereiking van het goede daarvan te volgen noodzakelijke handelwijze, IJzendijke: Bevin 1872.
G. van Milligen, De Nederlandsche Staatsburger, Groningen: Wolters 1873. Na Van der Kooij, Allemaal burgers, Tilburg: Zwijsen 1987, noemt Vis, Politieke kennis en politieke vorming, Groningen: Wolters 1995, p. 23, dit werk abusievelijk het eerste boek staatsinrichting, zie: C. van der Kooij, Verleden, heden, toekomst, Groningen: WoltersN 1999, p. 18.
P.H.E.M. de Meijer, Het Zeeuws-Vlaamse geslacht Pateer. Een genealogie, Dordrecht: ICG Printing 1991, p. 12-13, 89, 93.
E.A. Pateer, Handboek voor het Nederlandsche volk, inhoudende eene voor iedereen bevattelijke voorstelling van de hoofdzakelijke punten der verschillende Nederlandsche wetten, die in het dagelijksche leven het meest voorkomen, Zierikzee: Van Dishoek 1876. De zevende vermeerderde druk verschijnt in 1881, ´voor rekening van den schrijver´.
Zie: N.A.J. Lagerweij, Het beoordelen van schoolboeken, Didactische Analyse 3b, Groningen: WoltersN 1973, p. 17-21.
Duyverman 1936, p. 60.
L.E. Lenting, Schets van het Nederlandsch Staatsbestuur en dat der Overzeesche bezittingen, 5e druk., bewerkt door B.H. Pekelharing, ˈs-Gravenhage: Van Cleef 1883.
Duyverman 1936, p. 203. 19 titels van 16 auteurs zijn vermeld. Kleyntjes-De Bie, Overzicht van onze huidige Staatsinrichting 3x op bijz. hbsen (Kleyntjes is Jezuïet. W). Ter vergelijking: voor staathuishoudkunde: 17 titels van 15 auteurs. Feenstra, Mouw, Spaander en Vorstman schrijven ook een leerboek staathuishoudkunde (tabel p. 204). 16x Beginselen der Staathuishoudkunde van Raaijmakers (Ch.A.M. Raaijmakers SJ, Beginselen der staathuishoudkunde, s-Hertogenbosch: Malmberg 1914) en Joh.Th.M. Baerken, Vragen over staathuishoudkunde, behorende bij Mr.Dr.Ch. Raaijmakers, ˈs-Hertogenbosch: Malmberg 1936 op bijz. hbsen lycea. Op Rijks-(30x) en gem. hbsen (13x) is Cohens Hoofdlijnen der Staathuishoudkunde in gebruik, Groningen: Noordhoff 1919.
Ibid., p. 3.
Ibid., p. 5; B.J. Spruyt, ´Welkom in de ochlocratie´, Elsevier 2015, 1, p. 30-31.
Ibid., p. 6.
Voor het verkrijgen van een beeld van (het vak) staatsinrichting volgt nu een boekenschouw op basis van de in par. 7.4 genoemde criteria: (a) titel en uitgiftejaar, (b) boekopzet en (c) index: trias politica of politieke kringloop. De selectie bestrijkt meer tijdvakken. Tussen 1863 tot 1880 zijn acht en tot 1900 vijf leerboeken verschenen (Bijlage VI).1:
Lenting, Schets van het Nederlandsch Staatbestuur en dat der Overzeebezittingen.2
De Hartog, De gronden der Staats-, provinciale- en gemeente-inrichting van Nederland.3
Pateer, Staathuishoudkundige theoretische beschouwingen over kapitaal en werk, etc.4
Van Milligen, De Nederlandsche Staatsburger.5
Pateer6, Handboek voor het Nederlandsche volk, inhoudende eene voor iedereen bevattelijke voorstelling van de hoofdzakelijke punten der verschillende Nederlandsche wetten, die in het dagelijksche leven het meest voorkomen.7
Geselecteerd zijn voor een korte karakterschets8:
Lenting, Schets van het Nederlandsch Staatsbestuur en dat der Overzeesche bezittingen.
De Schets bevat vijf boeken. De opbouw volgt de Grondwet. De trias politica als basis voor de Staatsregelingen en Grondwetten vanaf 1798 staat in twee boeken: boek II, H. III, par.3 (wetgevende macht) en boek III, H. I (uitvoerende macht) en H. II (rechterlijke macht) onder ‘De Staatszorg met betrekking tot het Rechtswezen’. De weeffout van de gespreide behandeling van de trias is niet hersteld. De Aanteekeningen over de Grondwet, het Reglement van Orde van den Ministerraad, de Raad van State en de West-Indische Koloniën sluiten de uitgave af. Het is in 1882 aangetroffen.9 In 1883 verschijnt Lenting-Pekelharing10 en vanaf 1903 Lenting-Romeijn (1914, 7e druk, 1121p.) De Schets staat in 1936 niet meer op de boekenlijsten.11
De Hartog, De gronden der Staats-, provinciale- en gemeente-inrichting van Nederland
De titel wijkt af van de vaknaam De gronden der gemeente-, provinciale- en Staatsinrigting van Nederland c.a. De uitgave kent een artikelsgewijze behandeling van de Grondwet 1848 (152p.). De inleiding gaat over de verhouding Staat en Maatschappij: ‘de Staat is de rechtsband der Maatschappij’.12 Democratie, aristocratie, despotisme en ochlocratie komen als regeringsvorm in beeld.13 Staatsregeling, Grondwet en Constitutie zijn synoniem: de ‘beperkte en Constitutioneele monarchie worden voor gelijke beteekenis gehouden’, stelt De Hartog.14 De geschiedenis van staatsinrichting ontbreekt. De trias politica is verdeeld over de hoofdstukken 5 (wetgevende macht), 6 (uitvoerende macht) en 8 (rechterlijke macht).