Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.9.5.1
5.9.5.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291473:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1994/95, 24 172, nr. 3, p. 14.
Art. 12 lid 5 Wet OB jo. art. 24ba lid 1, onderdeel a Uitv.besl. OB.
Dat is echter niet de reden geweest voor de invoering van de verleggingsregeling. De verleggingsregeling is ingevoerd om te voorkomen dat de hypotheekhouder bij de in beginsel vrijgestelde levering van een oud gebouw (of een onbebouwd terrein dat geen bouwterrein is) tot executie van een hypotheekrecht de optie voor een belaste levering kon gebruiken om een hogere executieopbrengst te genereren. Zie hierover nader: D.B. Bijl, De heffing van omzetbelasting ten aanzien van onroerend goed (diss.), Deventer: Kluwer 1990, p. 233-237 en M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Kluwer: Deventer 2020, p. 322.
In Nederland kan op grond van art. 11 lid 1, onderdeel a, 2° Wet OB geopteerd worden voor de belaste levering van een oud gebouw. Hiervoor is vereist dat sprake is van een levering aan een persoon die het gebouw gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek bestaat. Met nagenoeg volledig wordt bedoeld: 90% of meer.1 Om die reden wordt ook wel van de ‘90%-eis’ gesproken. Naast deze materiële voorwaarde geldt ook de formele voorwaarde dat uit de notariële akte van levering blijkt dat partijen voor een belaste levering hebben gekozen of een gezamenlijk verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan.
Uit het slot van art. 11 lid 1, onderdeel a, 2° Wet OB blijkt dat ook aan de bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden moet zijn voldaan. Deze voorwaarden of, beter gezegd, de nadere uitwerking van de wettelijke voorwaarden, zijn te vinden in art. 6 Uitv.besch. OB. In deze bepaling staat onder meer dat voor de 90%-eis een referentieperiode geldt. Bij een optie voor de belaste levering van een oud gebouw is de heffing verlegd naar de koper.2 Deze verlegging, die in het kader van dit onderzoek verder onbesproken blijf, voorkomt dat de koper de btw (die voor hem geheel of nagenoeg geheel aftrekbaar is) moet voorfinancieren.3
De opbouw van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 5.9.5.2 wordt ingegaan op de vraag of geopteerd kan worden voor de levering van een gedeelte van het oude gebouw. Vervolgens wordt in paragraaf 5.9.5.3 ingegaan op de materiële voorwaarde, de 90%-eis. Daarna komt in paragraaf 5.9.5.4. de referentieperiode aan bod waarin aan die 90%-eis moet zijn voldaan. Daarna wordt in paragraaf 5.9.5.5 ingegaan op de formele voorwaarden. In paragraaf 5.9.5.6 wordt ingegaan op de gevolgen van het ten onrechte opteren voor een belaste levering waarna in paragraaf 5.9.5.7 de balans wordt opgemaakt.