Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.8.2:7.8.2 Maatregelen naar aanleiding van het evaluatieonderzoek in 1994
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.8.2
7.8.2 Maatregelen naar aanleiding van het evaluatieonderzoek in 1994
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258974:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Toet e.a., Passende arbeid 1997, p. 376. Richtlijn passende arbeid 1996, Stcrt. 1996, 60.
Richtlijn passende arbeid, evaluatie van de toepassing van de richtlijn door uitvoeringsorganisaties 1994.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Richtlijn passende arbeid 1996 is naar aanleiding van het evaluatieonderzoek in 1994 naar voren gekomen dat een goede stroomlijning en controle op het totale bemiddelings- en adviseringsproces van groot belang was voor de toepassing van het begrip passende arbeid. Er zou een procesgerichte samenwerking moeten worden ontwikkeld tussen de uitvoeringsinstanties arbeidsvoorziening, gemeentelijke sociale diensten en bedrijfsverenigingen. Daarbij waren de interpretatie van de richtlijn en een geïntegreerde benadering bij de uitvoering van belang.
In de nadere uitwerking van de samenwerking zou worden voorzien door de samenwerkingspartners zelf, onder voorzitterschap van Buurmeijer. Bij het vormgeven van de samenwerking werden de volgende aandachtspunten genoemd.
Een eenduidige interpretatie van de in de richtlijn opgenomen criteria, de verdiscontering van de persoonlijke omstandigheden van de cliënt, en eenduidige criteria voor verwijtbaar arbeidsmarktgedrag en de daaraan te koppelen sancties.
Inbedding van de richtlijn in de administratieve procedures.
Periodieke terugkoppeling over de sollicitatie-activiteiten van de cliënt tussen de bij de arbeidsmarktoeleiding betrokken instanties met het oog op een sluitende aanpak.
Voorlichting aan cliënten zodat langs deze weg reeds gewenste gedragseffecten zullen optreden.
Voorlichting aan de direct uitvoerenden, een actieve ondersteunende rol van het management.
Een verdere implementatie van een adequaat informatiesysteem.
Permanente evaluatie van de effecten van de toepassing van de richtlijn.1
Het is de vraag wat er precies terecht is gekomen van deze aangekondigde samenwerking tussen de uitvoeringsorganen en of deze zijn vruchten heeft afgeworpen. De verscherpingen van de richtlijn kunnen niet tot daadwerkelijke verandering in de praktijk hebben geleid als de uitvoering geen strengere toepassing wenste. Afgezien van de evaluatie door Ipso Facto2 (zie paragraaf 7.6) in 1994 zijn er geen andere evaluaties in de Kamerstukken terug te vinden.