Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.13
7.13 Jurisprudentie bij de invulling van het begrip passende arbeid
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258966:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit kader ook de dissertatie van De Wildt, Rechters en vage normen 1993. Het onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre het mogelijk is een vaag rechtsbegrip als passende arbeid te formaliseren. Het begrip passende arbeid wordt in de jurisprudentie van de CRvB in de periode 1958-1983 onderzocht en er wordt geprobeerd via een statistische methode een model te ontwikkelen voor het begrip. Er zijn echter een aantal kanttekeningen geplaatst bij de methode, vooral omdat een groot aantal factoren niet een betrouwbaar gewicht hadden.
De rechtspraak speelt een belangrijke rol bij de invulling van het begrip passende arbeid.1 Op basis van de besproken kritiek op het Besluit passende arbeid WW en ZW werd de vraag gesteld wat het nut is van de aanscherping van het begrip, aangezien subjectieve factoren in het sollicitatieproces een grote rol spelen. Toch valt uit de jurisprudentie een strengere lijn te ontdekken met betrekking tot de invulling van het begrip in individuele gevallen.
7.13.1 Persoonlijke omstandigheden7.13.2 De houding van de sollicitant7.13.3 Aard en niveau van het werk7.13.4 Aard en niveau van werk – scholing en vaardigheden7.13.5 Loonniveau en reisduur7.13.6 Sollicitatieplicht