Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/13.3.2.0:Inleiding
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/13.3.2.0
Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405805:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor aansprakelijkheid vanwege existenzvernichtenden Eingriffs geldt sinds de Trihotel-uitspraak dat het handelen van de aandeelhouder moet voldoen aan de door § 826 BGB gestelde vereisten aan een unerlaubte Handlung.1 De onttrekking dient te kwalificeren als een “sittenwidrige Schädigung”. Hiervan is niet alleen sprake indien de vermogensonttrekking de insolventie van de vennootschap heeft veroorzaakt, maar ook als de vermogensonttrekking de insolventie heeft ‘verdiept’; men spreekt van een insolvenzauslösenden oder -vertiefenden Entzug.2 De naam van het leerstuk is daarom enigszins misleidend, nu zij de lading niet ten volle dekt. Ook onttrekkingen die het faillissement van de vennootschap niet hebben veroorzaakt, maar die plaatsvonden op een moment dat het faillissement reeds voorzienbaar was, kwalificeren als existenzvernichtender Eingriff.