Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/13.3.2.2:13.3.2.2 Oorzaak van het faillissement
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/13.3.2.2
13.3.2.2 Oorzaak van het faillissement
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406912:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een existenzvernichtender Eingriff kan ook de oorzaak zijn van het faillissement van de vennootschap. Indien causaliteit tussen de onttrekking en het faillissement komt vast te staan, zal de door de onttrekking veroorzaakte schade doorgaans aanzienlijk groter zijn dan in het geval de onttrekking de insolventie slechts heeft verdiept.1 In de juridische literatuur is erop gewezen dat het voor een curator niet eenvoudig zal zijn om causaliteit tussen een vermogensonttrekking en het faillissement te bewijzen. Aan een faillissement ligt doorgaans een palet van verschillende oorzaken ten grondslag; vaak is niet mogelijk precies aan te tonen welk gewicht de vermogensonttrekking in de schaal heeft gelegd. Door sommige auteurs wordt daarom betoogd dat rechters niet te strenge eisen aan het bewijs van causaal verband zouden moeten stellen. Voldoende zou moeten zijn dat de onttrekking één van de belangrijke oorzaken van het faillissement is.
Röck overweegt dienaangaande: “Eine Insolvenzverursachungshaftung ist demnach nicht leicht zu begründen. Zu berücksichtigen ist indes, dass hypothetische Kausalverläufe im Detail nicht nachweisbar sind, da sie durch eine Vielzahl von Einzeltatsachen konstituiert werden. Dies gelt für eine unternehmenstragende Gesellschaft als ‘lebendiger Organismus’ in besonderem Maße. Nicht erforderlich ist daher ein ‘Zwangsläufigkeitszusammenhang’ […]. Nachweis einer Mitursächlichkeit des Gesellschafterhandelns genügen.”2