Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.5.3
2.5.3 Structuurfondsen: ESF en EFRO
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397282:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 174 VVVEU. Zie hieromtrent Evans 2003, p. 202 en Jestaedt 2010, p. 185. Zie ook het eerste rapport over de economische en sociale cohesie van 1996, p. 13. Dit rapport is te vinden via <http://ec.europa.eu/regional_policy/sources/docoffic/official/repor_en.htm>. Zie over de structuurfondsen en de geschiedenis daarvan: Hofmann, Rowe & Trk 2011, p. 351 e.v.; Kapteyn, VerLoren van Themaat 2008, p. 998-1024; Baun & Marek 2008; Craig 2006, p. 69-78; Allen 2005; Schöndorf-Haubold 2005A (met name de periode 2000-2006); Polak & Den Ouden 2004 (met name de periode 2000-2006); Kapteyn, VerLoren van Themaat 2003, p. 851 e.v.; Pollack 2003; Evans 2003; Sutcliffe 2000; Bollen, Hartwig & Nicolaides 2000; Evans 1999 (met name periode 1994-1999); Smith 1998; Comijs 1998; Hessel & Mortelmans 1997, p. 327-342; Kapteyn, VerLoren van Themaat 1995, p. 591-609; Scott 1995; Armstrong 1995; Armstrong 1993; Marks 1992.
Zie artikel 175, eerste lid, VWEU en de Verordening nr. 1083/2006.
Voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon was de rechtsgrondslag te vinden in de artikelen 146 en 159 EG-verdrag.
De grondslag voor het EFS in het VWEU is neergelegd in artikel 162 e.v. Voor het ESF bestaat ook een afzonderlijke verordening namelijk de Verordening nr. 1081/2006. Zie omtrent de uitvoering van het ESF in Nederland in de programmaperiode 1994-1999 Schouten 1997, p. 181 e.v.
Het EFRO is verder geregeld in de Verordening nr. 1080/2006.
Dat het EOGFL-0 ook na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in artikel 175 VWEU nog steeds wordt genoemd als structuurfonds wekt daarom bevreemding.
Zie artikel 8, eerste lid, van de Verordening nr. 2052/88.
Zie hieromtrent Schouten 1997, p. 227-228.
Zie Europese Commissie, 'Hervorming van de structuurfondsen 2000-2006, vergelijkende analyse', juni 1999 en r.o. 37 van de considerans van de Verordening nr. 1260/1999.
Zie het eerste rapport over de economische en sociale cohesie van 1996, p. 109 e.v. Zie hieromtrent ook Hessel & Mortelmans 1997, p. 328-330 en Schouten 1997, p. 217 e.v.
Mededeling van de Europese Commissie aan de lidstaten van 28 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een communautair initiatief op het gebied van trans-Europese samenwerking ter stimulering van een harmonische en evenwichtige ontwikkeling van de Europese ruimte - Interreg DI, Pb 2000, C 143/6.
Mededeling van de Europese Commissie aan de lidstaten van 14 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor het communautaire initiatief voor plattelandsontwikkeling (Leader +), Pb 2000, C 139/5.
Mededeling van de Europese Commissie aan de lidstaten van 28 april 2000 tot vaststelling van de richtsnoeren voor een communautair initiatief voor economische en sociale rehabilitatie van in crisis verkerende steden en buurten met het oog op een duurzame ontwikkeling (Urban II), Pb 2000, C 141/8.
Mededeling van de Europese Commissie aan de lidstaten tot vaststelling van de richtsnoeren voor het communautaire initiatief Equal betreffende transnationale samenwerking voor de bevordering van nieuwe praktijken voor de bestrijding van discriminaties en ongelijkheden van welke aard ook wat de arbeidsmarkt betreft (Equal), Pb 2000, C 127/2.
Zie hieromtrent Schöndorf-Haubold 2005A, p. 237 e.v.
Zie hieromtrent het Rapport De Koning (Rapport onderzoek subsidies Europees Sociaal Fonds, programmaperiode 1994-1999) van 27 augustus 2001. Zie ook de rapporten van de Algemene Rekenkamer 'Controle en toezicht op ESF-subsidies', Kamerstukken II, 1999/00, 26 995, nrs. 1-2 en 'Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en ESF-gelden', Kamerstukken II, 2001/02, 28 382, nrs. 1- 2.
Deze affaire heeft geleid tot het arrest GEU 14 april 2011, T-70/09 (Nederland/Commissie), n.n.g., AB 2011, 368, m.nt. J.E. van den Brink en C. de Kruif.
Het lastige is dat de teruggevorderde EFRO-gelden werden beheerd door de provincies Groningen en Drenthe. De verwachting is dat zij alleen tot terugvordering zullen overgaan, indien het Rijk besluit de aan de EU terugbetaalde gelden op de provincies te verhalen.
Het Cohesiefonds is geen structuurfonds maar levert wel een bijdrage aan het regionaal beleid. Het fonds levert financiële bijdragen aan projecten op het gebied van het milieu en trans-Europese netwerken in de sfeer van de vervoersinfrastructuur. Zie artikel 177 VWEU.
Zie de Verordening nr. 1083/2006.
Zie artikel 4, eerste lid, van de Verordening nr. 1083/2006.
<http://www.europaomdehoek.nl/projecten/locatie/scholing_werknemers_ballast_nedam_2009_2010>.
OP Noord-Nederland 2007-2013.
OP Zuid-Nederland 2007-2013.
OP Oost-Nederland 2007-2013.
OP West-Nederland 2007-2013. Dit programma wordt mede uitgevoerd door Den Haag, Utrecht en Amsterdam.
<http://www.europaomdehoek.nl/projecten/locatie/pleisterplaats_recreatie_knooppunt_kustbatterij_fort_diemerdam>
<http://www.deutschland-nederland.eu/seiten/index.cfm>.
<http://www.grensregio.eu/>.
Een programma van Engeland, Frankrijk, Vlaanderen en Nederland. Zie <http://www.interreg4a-2mers.eu/nl>.
<http://www.europaomdehoek.nl/projecten/locatie/buslijn_55>.
INTERREG NA: Twee Zeeën, Région Nord-Pas de Calais; het OP voor Duits-Nederland: deelstaat Nord-Rhein Westfalen; het OP voor Vlaanderen-Nederland: provincie Vlaanderen. INTERREG IVB: Noord-West Europa, Région Nord-Pas de Calais (<http://www.nweurope.eu/>) en Noordzee, de Danish Enterprise and Construction Authority (<http://www.northsearegion.eu/ivb/home/>). INTERREG IVC (<http://www.interreg4c.eu/>) wordt ook uitgevoerd door Région Nord-Pas de Calais.
De Europese subsidies uit de structuurfondsen worden verstrekt om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen.1 In de huidige programmaperiode 2007-2013 zijn alleen het ESF en het EFRO als structuurfonds gekwalificeerd.2 De rechtsgrondslag voor deze fondsen is te vinden in de artikelen 162 en 175 vwEu.3 Het ESF ondersteunt beleidsmaatregelen die erop zijn gericht de kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren.4 Het EFRO is gericht op de ontwikkeling en structurele aanpassing van regionale economieën door investeringen in bijvoorbeeld innovatie en de kenniseconomie en duurzame stedelijke ontwikkeling.5 In vorige programmaperioden behoorden ook het EOGFL-O en het FIOV tot de structuurfondsen. Inmiddels zijn deze fondsen omgezet in respectievelijk het ELFPO en het Europees Visserijfonds en geïntegreerd in het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid.6
Subsidiëring vanuit de structuurfondsen geschiedt op basis van door de EU vastgestelde doelstellingen. In vorige programmaperioden waren dat er maximaal zes, tegen drie in de huidige programmaperiode. Subsidiëring uit hoofde van deze doelstellingen is doorgaans niet voor alle regio's mogelijk. In de programmaperiode 1988-1993 kwam een regio bijvoorbeeld alleen voor doelstelling 1 in aanmerking indien het BBP per inwoner gedurende de laatste drie jaren lager was dan 75% van het communautaire gemiddelde.7 Zo bestonden er lijsten voor regio's die vielen onder doelstelling 1, doelstelling 2 en doelstelling 5b. De totstandkoming van dergelijke lijsten gaat gepaard met stevige onderhandelingen. De lidstaten — ook de minder arme proberen doorgaans voor zoveel mogelijk doelstellingen in aanmerking te komen; dit levert immers de meeste Europese subsidies op. Vandaar dat bijvoorbeeld de provincie Flevoland na onderhandelingen tussen de Europese Commissie en Nederland in de programmaperiode 1994-1999 als achterstandsregio werd aangemerkt.8
In vorige programmaperioden werden ook door de Europese Commissie voorgestelde communautaire initiatieven uit de structuurfondsen gefinancierd. Deze initiatieven ondersteunden acties die volgens de Europese Commissie van bijzonder belang waren voor de Gemeenschap en dienden de acties uit hoofde van de doelstellingen te completeren.9 Zij werden door de lidstaten ten uitvoer gelegd, zodat ook in dat kader een nationale subsidieverhouding bestond tussen nationale uitvoeringsorganen en de eindontvanger van de Europese subsidie. In de programmaperiode 1994-1999 bestonden maar liefst vijftien communautaire initiatieven.10 Om de vrijheid van de Europese Commissie te beknotten, werd in de Verordening nr. 1260/1999 expliciet bepaald dat er in de programmaperiode 2000-2006 slechts vier communautaire initiatieven zouden zijn, namelijk INTERREG,11 gericht op grensoverschrijdende samenwerking, LEADER,12 gericht op plattelandsontwikkeling, URBAN,13 gericht op de steden, en EQUAL,14 gericht op de gelijkheid van mannen en vrouwen.15 Vanaf de programmaperiode 2007-2013 zijn de communautaire initiatieven ter vereenvoudiging geïntegreerd in de structuurfondsen (EQUAL, INTERREG en URBAN) en het ELFPO (LEADER).
In vorige programmaperioden ontving Nederland subsidies uit het ESF en het EFRO en nam ook deel aan communautaire initiatieven. Met name de uitvoering van het ESF, doelstelling 3, door de Arbeidsvoorziening heeft in de jaren negentig tot veel problemen geleid.16 De administraties van de ESFprojecten waren niet in orde, ESF-subsidies werden verstrekt aan niet-bestaande projecten en de Arbeidsvoorziening was de regie over de controles totaal kwijt. Gerechtelijke procedures ten gevolge van terugvorderingen van de eindontvangers van de ESF-subsidies zijn anno 2012 nog steeds niet allemaal afgerond. Ook de EFRO-subsidies hebben in de programmaperiode 2000-2006 voor problemen gezorgd. De Europese Commissie heeft van de lidstaat Nederland EFROgelden teruggevorderd wegens het niet-naleven van de Europese aanbestedingsregels en wegens het niet-voldoen van de beheers- en controlesystemen.17 Of deze terugvordering door de Europese Commissie ook zal leiden tot terugvorderingen bij de eindontvangers van de Europese subsidies is nog niet bekend.18
In de programmaperiode 2007-2013 is het verstrekken van Europese subsidies mogelijk in het kader van drie doelstellingen: de convergentiedoelstelling, gefinancierd uit het ESF, EFRO en het Cohesiefonds;19 de doelstelling Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid, gefinancierd uit het ESF en EFRO en de doelstelling Europese territoriale samenwerking, gefinancierd uit het EFRO.20 Voor Nederland zijn alleen de laatste twee doelstellingen relevant, nu alleen de armste regio's van Europa in aanmerking komen voor de convergentiedoelstelling. Gelet hierop ontvangt Nederland geen gelden uit het Cohesiefonds, maar alleen uit het EFRO en het ESF.21
In de huidige programmaperiode is de uitvoering van het ESF in handen van het Agentschap szw, onder verantwoordelijkheid van de minister van szw. Subsidieverstrekking vindt plaats op grond van de Subsidieregeling ESF 2007-2013. Een voorbeeld van een Nederlands ESF-project is de scholing van werknemers van Ballast Nedam.22 De EFRO-subsidies die Nederland ontvangt uit hoofde van de doelstelling Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid worden gecoordineerd door de minister van EL&I. Er zijn op nationaal niveau vier programma's die worden uitgevoerd door het dagelijks bestuur van SNN,23 GS van de provincie Noord-Brabant,24 GS van de provincie Gelderland25 en B&W van de gemeente Rotterdam.26 Zij verstrekken EFRO-subsidies op grond van de zelfstandige amvb, het Besluit EFRO, en de ministeriële regeling EFRO doelstelling 2. Europese subsidies uit het EFRO zijn bijvoorbeeld verstrekt aan het project Kustbatterij Diemerdam; het gaat daarbij om de creatie van een recreatieplek bij het IJmeer voor Amsterdammers.27
Uit hoofde van de doelstelling Europese territoriale samenwerking — het oude communautaire initiatief INTERREG — zijn EFRO-subsidies beschikbaar voor duurzame, grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking tussen de lidstaten. De EFRO-subsidies die worden ontvangen voor grensoverschrijdende samenwerking (INTERREG IVA) worden gecoordineerd door de minister van EL&I. Het gaat om de programma's Duitsland-Nederland,28 Vlaanderen-Nederland,29 Twee zeeën30 en Euregio Maas-Rijn. Op grond van het Duits-Nederlands programma is bijvoorbeeld een EFROsubsidie verstrekt voor de ontwikkeling van de internationale buslijn 55 tussen Groesbeek, Kranenburg en Kleve.31 Alleen voor het programma Euregio Maas-Rijn is een Nederlands bestuursorgaan aangewezen als subsidieverstrekker, namelijk het bestuur van de Stichting Euregio Maas-Rijn. De overige INTERREG IVA-programma's en de programma's voor INTERREG IVB (transnationale samenwerking) en wc (grensoverschrijdende samenwerking) waarbij Nederland is betrokken worden uitgevoerd door autoriteiten van andere lidstaten.32 Nederland verstrekt wel cofinanciering, namelijk op grond van de Subsidieregeling EFRO doelstelling 3 (INTERREG IVA) en de Rijkscofinancieringsregeling INTERREG IV (B en C). Programma's uit hoofde van INTERREG IVB en wc worden gecoordineerd door de minister van Infrastructuur en Milieu.