Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/1.1.1.2.1
1.1.1.2.1 De directe last tot oprichting van een stichting (artikel 4:130 BW)
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232442:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de testamentaire last Handboek Erfrecht, F.W.J.M. Schols 2015/VII.3; J. Bossers-Cnossen, ‘Een lastig begrip die last’, De Notarisklerk, nr. 1513, september/oktober 2011. Zie over de aard van de last R.E. Brinkman, ‘Het onderscheid tussen een legaat en een last. Ofwel: de ware aard van de last’, WPNR 2019/7249.
Zie hierover Bauduin 2014, p. 245-246. Van verboden wilsdelegatie is bij de directe last tot oprichting geen sprake, zo leid ik af uit Bauduin 2014, 5.4.6., alwaar zij schrijft: ’Ik ben dan ook van mening dat de materiële aard van de last zich er niet tegen verzet dat de erflater de last zó verwoordt dat hij enkel het doel van de last noemt. En het in zijn uiterste wil vervolgens (als onderdeel van de last/de verplichting) aan een ander overlaat om dit doel naar eigen inzicht te concretiseren.’
Een lastbevoordeelde behoeft niet te voldoen aan de bestaanseis voor makingen, Asser/Perrick 4 2017/17; Handboek Erfrecht, F.W.J.M. Schols 2015/VIII.5.2. Hetzelfde geldt voor een executeur of een bewindvoerder.
Als eerder gebleken, is de directe last tot oprichting van een stichting door de erflater zelf opgelegd op basis van artikel 4:130 lid 1 BW.1 De directe last tot oprichting van een stichting heeft dus niets van doen met artikel 4:135 BW, de enige bepaling in het erfrecht waarin de stichting uitdrukkelijk aan bod komt. De wettelijke regeling van de last heeft tot gevolg dat de lastbezwaarde de plicht heeft een stichting op te richten. De last kan rusten op een of meer erfgenamen of legatarissen of op de executeur (artikel 4:130 leden 1 en 2 BW).
Wil van een directe last tot oprichting sprake zijn, dan zal de erflater naar mijn mening moeten aangeven wat het doel van de op te richten stichting zal zijn. In het doel van de stichting ligt de wil van de erflater besloten. Op de wil van de oprichter kom ik terug in 2.2.2.4.1. De erflater mag bij het opleggen van de last tot oprichting grote vrijheid laten aan de lastbezwaarde. De grens ligt daar waar niet langer sprake is van het voldoen aan het bepaaldheidsvereiste dat geldt voor lasten.2
Een op grond van een directe last opgerichte stichting kan niet worden begunstigd met makingen. Om voordeel te kunnen trekken uit makingen moet men immers bestaan bij het openvallen van de nalatenschap (meer hierover in 2.2.2.3). Omdat een erflater dit ook zal weten, zal hij geen makingen voor de stichting opnemen in zijn uiterste wil. Zo resteert voor de krachtens een directe last opgerichte stichting slechts de mogelijkheid voordeel te trekken uit niet-makingen zoals een lastbevoordeling of een begunstiging uit een levensverzekering, waarvoor de bestaanseis niet geldt, zoals zal blijken in 6.2.3.3.2. Ook kan deze stichting worden benoemd in functies als executeur of bewindvoerder, de bestaanseis geldt hiervoor eveneens niet.3