De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.7:4.7 Deelexequatur
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.7
4.7 Deelexequatur
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS381871:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is in de praktijk mogelijk dat de ten uitvoer te leggen beslissing niet van het verlof tot tenuitvoerlegging kan worden voorzien in verband met bepaalde gebreken of omdat een deel van de beslissing niet onder het materiële toepassingsgebied van de verordening valt. Een voorbeeld hiervan is het geval dat de rechter in een echtscheidingsvonnis een beslissing omtrent de alimentatie heeft gegeven. Ten aanzien van de alimentatie die wel onder de verordening valt kan op basis van de verordening een exequatur worden gevraagd c.q. worden verleend. Dit deelexequatur kan zowel ambtshalve worden verleend of op verzoek van de crediteur. De crediteur kan zelf aangeven dat hij slechts een exequatur op de alimentatiebeslissing wenst. Zou hij een deelexequatur zelf niet verzoeken, dan kan de aangezochte rechter ambtshalve bepalen dat overeenkomstig de EEX-regeling alleen op de alimentatiebeslissing een exequatur wordt verleend.
Een deelexequatur kan ook worden verzocht wannneer de vordering reeds elders ten uitvoer is gelegd of de schuldenaar een gedeelte inmiddels zelf heeft voldaan.
In de jurisprudentie is de vraag gerezen of het toegestaan is om het bedrag van de ten uitvoer te leggen beslissing te splitsen. Hierdoor zou de grens van art. 2 lid 4 Uitvoeringswet bij het EEX-Verdrag (vgl. art. 2 lid 4 Uitvoeringswet bij de EEX-Verordening) kunnen worden omzeild, hetgeen tot gevolg heeft dat bij de indiening van het verzoek tot exequaturverlening de bijstand van een deurwaarder of procureur niet is vereist. De President van de Rechtbank Maastricht achtte een dergelijke handelwijze in strijd met het Nederlandse procesrecht.1 De President overwoog dat het exequatur op een 'aanvullende' kostenveroordeling in casu niet mogelijk is, aangezien de verzoekster in haar eerdere verzoek haar rechten op het meerdere niet uitdrukkelijk heeft voorbehouden. De rechter was dan ook van mening dat dit geval niet onder de regeling van deelexequatur valt.
In Duitse literatuur werd onder de werking van het EEX-Verdrag verdedigd dat de exequaturrechter ambtshalve de regeling van het deelexequatur moet toepassen, indien uit de processtukken blijkt dat de beslissing gebaseerd is op een eis die in de loop van de procedure is vermeerderd.2Is de verweerder in de procedure bij het gedinginleidende stuk tijdig en regelmatig opgeroepen, maar niet verschenen dan zou het gedeelte van de beslissing dat boven de oorspronkelijke eis gaat niet mogen worden erkend en derhalve ook niet van een exequatur mogen worden voorzien. Onder de werking van de EEX-Verordening is een dergelijke gang van zaken mijns inziens niet mogelijk. De exequaturrechter toetst in de eerste fase niet aan de weigeringsgronden. Voert de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd, in de rechtsmiddelprocedure niet aan dat zij niet op de hoogte is gebracht van de vermeerdering van de eis, dan kan de aangezochte exequaturrechter het verlof niet ambtshalve weigeren.