Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/2.8:2.8 Wet werk en zekerheid: maximale uitkeringsduur naar 24 maanden in 2014
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/2.8
2.8 Wet werk en zekerheid: maximale uitkeringsduur naar 24 maanden in 2014
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258893:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 14 juni 2014, Stb. 2014, 216; Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3.
Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 4, 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De volgende verkortingsronde van de WW werd in 2014 met hetzelfde activerend argument ingezet. Met de Wet werk en zekerheid (Wwz)1 werd de maximumduur van de WW-uitkering nog verder teruggebracht naar 24 maanden. De opbouw van de uitkeringsduur werd daartoe vertraagd. Het kabinet ondersteunde de sociale partners wel in hun idee om via cao-afspraken een aanvulling te introduceren van maximaal 14 maanden. Hoofddoel van de Wwz was volgens de memorie van toelichting het vinden van een nieuw evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt. Er moest volgens het kabinet meer worden geïnvesteerd in de inzetbaarheid en wendbaarheid van werknemers op de arbeidsmarkt en het reduceren van de kans op onvrijwillig ontslag. Er moesten ook concrete investeringen worden gedaan in van-werk-naar-werk trajecten voor als er toch sprake was van dreigend ontslag. Daarnaast werd het activerende karakter van de WW werd benadrukt. De WW moest bijdragen aan een zo snel mogelijke terugkeer van werklozen naar de arbeidsmarkt.2 De transitievergoeding (een soort ontslagvergoeding) die in beginsel iedereen, onafhankelijk van leeftijd, met een dienstverband van ten minste twee jaar krijgt, zou ingezet worden voor deze van werk-naar-werk-trajecten. De kansen op vast werk van met name oudere werknemers zouden hierdoor worden versterkt.
De Wwz besteedt ook uitgebreide aandacht aan de ‘flexibele schil’, de grote groep mensen die voor langere tijd op basis van een flexibele arbeidsrelatie werkzaam is. De memorie van toelichting vermeldt dat deze mensen vaker werkloos zijn dan mensen in een vaste baan, zodat de kosten van flexibele arbeid deels afgewenteld worden op de maatschappij. De memorie van toelichting gaat vervolgens ook in op de slinkende groep van oudere, vaste werknemers die ‘vast’ zouden zitten in hun huidige baan, omdat zij te onzeker zijn om van baan te wisselen en de ontslagbescherming en arbeidsvoorwaarden niet wensen op te geven. Werkgevers durven deze groep, als ze wel van baan willen veranderen of uit de werkloosheid komen, ook niet meteen een vaste baan aan te bieden. De huidige WW zou volgens het kabinet door een onvoldoende activerend karakter de perspectieven van werklozen verslechteren. De kans op het vinden van nieuw werk neemt sterk af na de eerste werkloosheidsmaanden, met name onder ouderen. Dit zorgt ervoor dat Nederland relatief veel langdurig werkloze ouderen telt, voor wie het steeds moeilijker wordt om terug in het arbeidsproces te komen.3
2.8.1 De wijzigingen aan de WW met de Wwz2.8.2 Aanvullingsmogelijkheden van de verkorte WW door sociale partners