Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/7.5.3
7.5.3 Rentenversicherung
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS576812:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
§ 9 lid 1 tweede volzin SGB VI; de overgangsuitkering is op basis van § 20 SGB VI.
§ 34 lid 1 jo. § 50 SGB VI.
§ 33 lid 3 SGB VI.
§ 63 e.v. SGB VI, Muckel/Ogorek licht dat toe en noemt dit een voorbeeld van het equivalentiebeginsel dat van belang is bij sociale verzekeringen: de betaalde premie bepaalt de hoogte van de tegenprestatie, p.319.
Er wordt in de diverse artikelen verwezen naar ‘bis zum Erreichen der Regelaltersgrenze’, dieweer is opgenomen in § 35 SGB VI. In § 235 SGB VI is een opbouwschema van 65 naar 67 jaar opgenomen, zodat voor verschillende geboortejaren de duur van de uitkering verschilt.
De Rentenversicherung heeft veel weg van onze oude Invaliditeitswet. Het is geregeld in SGB VI en biedt een voorziening bij zowel ouderdom als bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Bij dat laatste is het uitgangspunt ‘Reha vor Rente’. Als een werknemer door bepaalde maatregelen in het arbeidsproces behouden kan blijven (‘Rehabilitation’), dan moet daarop worden ingestoken in plaats van op een langdurige arbeidsongeschiktheidsuitkering (‘Rente’). In de tussentijd krijgt hij dan een overgangsuitkering (‘Übergangsgeld’).1
Vanaf de start van de verplichte verzekering geldt een wachttijd (‘Mindestversicherungszeit’). 2 Daarna kan aan werknemers die langdurig arbeidsongeschikt zijn een uitkering worden toegekend. Er zijn twee categorieën arbeidsongeschikten:
werknemers met een gedeeltelijke vermindering van verdienvermogen (teilweise erwerbsgemindert): de werknemer die vanwege ziekte of handicap niet binnen afzienbare tijd in staat is, onder gebruikelijke arbeidsmarktvoorwaarden, ten minste zes uur per dag werkzaam te zijn (< 6u per dag in een functie op de arbeidsmarkt). De wachttijd is vijf jaar.
werknemers met een volledige vermindering van verdienvermogen (voll erwerbsgemindert): de werknemer die vanwege ziekte of handicap niet binnen afzienbare tijd in staat is, onder gebruikelijke arbeidsmarktvoorwaarden, ten minste drie uur per dag werkzaam te zijn (< 3u per dag in een functie op de arbeidsmarkt). De wachttijd is twintig jaar.3
De berekening van de hoogte van de uitkering is bijzonder complex maar hangt grofweg samen met hoeveel premie er is betaald.4 De uitkering bij een gedeeltelijke vermindering van verdienvermogen is de helft van die bij volledige vermindering. De duur van de uitkering is tot 67 jaar.5