Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/7.5.2
7.5.2 Krankengeld
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS575655:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
§ 44 lid 1 en 3 SGB V. Werknemers die boven de loongrens uitkomen (2012: € 50.850,- bruto per jaar) zijn niet verzekerd onder SGB V en zijn aangewezen op een private ziekteverzekering § 6 SGB V.
§ 173 e.v. en § 4 SGB V, Muckel/Ogorek, p.93-95.
§ 48 lid 1 SGB V, Muckel/Ogorek, p.160.
§ 47 SGB V, met jaarlijkse aanpassingen § 50 SGB IX.
§ 52 SGB V.
Muckel/Ogorek, p.129-130.
Muckel/Ogorek, p.129 en 141, zie echter voor bedrijfsongevallen en beroepsziekten § 11 lid 5 SGB V.
Als geen recht bestaat op loondoorbetaling bij ziekte kan een werknemer aanspraak maken op Krankengeld. Dat kan spelen hetzij in de wachttijd van de eerste vier weken, hetzij na ommekomst van de zes weken loondoorbetaling, maar ook als de werkgever in die zes weken geen loon hoeft door te betalen, bijvoorbeeld omdat de werknemer schuld heeft aan zijn arbeidsongeschiktheid. De aanspraak op Krankengeld is gebaseerd op Boek V van het Sozialgesetzbuch (SGB V Gesetzliche Krankenversicherung). Daaraan zijn voorwaarden verbonden. De werknemer moet wettelijk verzekerd zijn en er moet sprake zijn van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte.1 De verzekerde werknemer wordt lid van een Krankenkasse naar zijn keus: er zijn verschillende soorten zoals bedrijfs- of plaatselijke Krankenkassen.2
De duur van het Krankengeld is in beginsel voor onbepaalde tijd, behalve als de arbeidsongeschiktheid voortvloeit uit één oorzaak. In dat geval is de duur beperkt. Die beperking geldt bij ononderbroken arbeidsongeschiktheid tot 78 weken of bij herhaalde arbeidsongeschiktheid tot een totaal van 78 weken in een periode van drie jaar. Op deze manier moet worden voorkomen dat het Krankengeld een duuraanspraak wordt in plaats van een ‘kurzzeitiger Entgeltersatz’.3 De hoogte van het Krankengeld bedraagt 70% van het laatst verdiende gemiddelde loon.4
Er bestaat wettelijk geen aanspraak op (volledig) Krankengeld als de arbeidsongeschiktheid opzettelijk is veroorzaakt of voortvloeit uit een door de verzekerde gepleegd strafbaar feit. Ook arbeidsongeschiktheid als gevolg van een medisch nietgeïndiceerde esthetische operatie of het laten zetten van een tatoeage of piercing leidt op grond van de wet niet tot ziekengeld.5 Interessant is het of schuld van de werknemer aan het ontstaan van arbeidsongeschiktheid meespeelt bij het recht op Krankengeld. Als gezegd: de ‘schuldige’ werknemer verliest in sommige gevallen zijn recht op loondoorbetaling. § 52 SGB V stelt echter ‘opzet’ verplicht om het recht op Krankengeld aan te tasten. Een schadelijke levensstijl met gevaarlijke sporten en gebruik van genotsmiddelen valt niet onder dat opzet, dus kan in het algemeen niet leiden tot verlies van Krankengeld.6Met § 1 SGB V wordt de werknemer wel op de medeverantwoordelijkheid voor zijn eigen gezondheid gewezen, waaraan hij moet bijdragen door een ‘gesundheitsbewußte Lebensführung’. Voor het overige geldt net als bij de loondoorbetaling bij ziekte dat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid er niet toe doet om toch aanspraak op Krankengeld te krijgen.7 De uitsluitingsgronden bij Krankengeld zijn daarmee beperkter dan bij de loondoorbetaling. Dat past bij de gedachte van een sociale verzekering als vangnet: als de werkgever geen loon hoeft te betalen omdat de arbeidsongeschiktheid aan de werknemer te wijten is, valt de werknemer terug op de sociale zekerheid, waar hij -ondanks zijn schuld- toch een aanspraak van 70% heeft.