Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.9:6.3.4.9 Datum uitspraak, eisen aan beschikking, uitvoerbaarbijvoorraadverklaring (art. 286-288 Rv)
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.9
6.3.4.9 Datum uitspraak, eisen aan beschikking, uitvoerbaarbijvoorraadverklaring (art. 286-288 Rv)
Documentgegevens:
mr. B.J. Engberts, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. B.J. Engberts
- JCDI
JCDI:ADS612999:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 286 Rv vervalt omdat art. 30q Rv (nieuw) in een algemene regeling voorziet. Nieuw in art. 30q Rv (nieuw) is dat de termijn waarop uitspraak wordt gedaan in de wet is vastgelegd. Tenzij mondeling uitspraak wordt gedaan bedraagt deze termijn in kantonzaken vier weken en in andere zaken zes weken. Deze termijn kan verlengd worden.
HR 29 maart 1985, NJ 1986/242, m.nt. WHH en LWH en Snijders, Klaassen en Meijers 2011, nr. 317.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De art. 286 Rv (bekendmaking datum uitspraak) en 287 Rv (inhoudseisen beschikking) zijn direct en zonder problemen toepasbaar.1
Ook nu geldt bij de behandeling van verzoeken ex art. 287 lid 4, 287a en 287b dat na de mondelinge behandeling bekend wordt gemaakt wanneer op het verzoek wordt beslist. Partijen kunnen vragen de beslissing aan te houden (art. 286 Rv). De beslissingen op de drie verzoeken bevatten de gegevens bedoeld in art. 287 Rv (dat naar art. 230 lid 1 en 3 Rv verwijst). Genoemd worden de gegevens van partijen, het verloop van het geding, het verzoek, de gronden van de beslissing, de beslissing zelf, de naam van de rechter en de dag van de uitspraak. Voorts wordt de beslissing ondertekend, eventueel door degene die de beslissing uitspreekt. De eindbeslissing kan op grond van art. 288 Rv (ambtshalve) uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (met of zonder zekerheidstelling). Dit is in art. 287 lid 4 reeds bepaald door de daarin opgenomen verwijzing naar art. 258 Rv.
Tegen een beslissing ex art. 287b staat op grond van de Faillissementswet geen hogere voorziening open. Desondanks kan wel appel ingesteld worden, bijvoorbeeld omdat de rechter het artikel ten onrechte heeft toegepast of bij de behandeling van de zaak fundamentele rechtsbeginselen heeft verzuimd.2 Voor dat geval is uitvoerbaarbijvoorraadverklaring wenselijk. Beslissingen waarbij 287a-verzoeken worden toegewezen, worden in de jurisprudentie meestal uitvoerbaar bij voorraad verklaard. (Analogische) toepassing van titel 3 biedt een wettelijke basis voor een dergelijke verklaring.