Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.4:6.3.4.4 De mondelinge behandeling (art. 279 Rv)
Voorlopige voorzieningen en dwangregeling in het schuldsaneringsrecht (R&P nr. InsR6) 2015/6.3.4.4
6.3.4.4 De mondelinge behandeling (art. 279 Rv)
Documentgegevens:
mr. B.J. Engberts, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. B.J. Engberts
- JCDI
JCDI:ADS615495:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Schuldsanering natuurlijke personen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechter behandelt het verzoekschrift ter zitting. De datum voor de zitting moet ‘onverwijld’ worden bepaald. Aangenomen wordt dat hieraan is voldaan indien de handeling zonder vertraging plaatsvindt. Als er meer zittingsdata te bepalen zijn dan is aan deze eis voldaan wanneer ze worden afgewerkt in de volgorde waarin de noodzaak tot het verrichten ervan zich heeft voorgedaan.1 Er wordt geen termijn voor de dagbepaling voorgeschreven. In 287a-procedures is ter bescherming van de belangen van de schuldeiser een oproeptermijn van ongeveer twee weken wenselijk. In 287 lid 4 en 287b-procedures kan een kortere termijn nodig zijn. In het KEI-wetsvoorstel wordt een termijn van drie weken genoemd (art. 30 j Rv ontwerp). Dit is, gelet op de spoedeisendheid, te lang.
De verzoeken ex art. 287a en 287b worden ter zitting behandeld. In hoofdstuk 3 is betoogd dat dit ook dient te gelden voor 287 lid 4-verzoeken.
In art. 279 lid 1 is bepaald dat behandeling ter zitting achterwege blijft indien de rechter het verzoek direct toewijst. Hier valt te denken aan verzoeken die eenvoudig van aard zijn, zoals het verzoek tot het verlenen van een machtiging.2 Directe toewijzing is niet aan de orde bij verzoeken ex art. 287 lid 4, 287a of 287b.
In lid 4 van art. 279 Rv is bepaald dat van het verhandelde ter zitting en van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen een proces-verbaal wordt opgemaakt dat door de rechter en de griffier wordt ondertekend. In de praktijk gebeurt dit meestal niet en wordt slechts een proces-verbaal opgemaakt indien partijen daarom vragen. Dit zal met name gebeuren indien hoger beroep van de (eind) beslissing wordt ingesteld. Van de mondelinge behandeling van de verzoeken ex art. 287 lid 4, 287a en 287b wordt evenmin proces-verbaal opgemaakt. Met deze kanttekening kan tevens lid 4 van art. 279 Rv van toepassing worden verklaard. De regel dat van de mondelinge behandeling proces-verbaal wordt opgemaakt, wordt in het KEI-wetsvoorstel versoepeld in art. 30n Rv (ontwerp). Hierin is bepaald dat proces-verbaal wordt opgemaakt indien de rechter dit ambtshalve of op verzoek van een partij die daarbij belang heeft bepaald, of op verzoek van de hogerberoepsrechter of de Hoge Raad. Voorts is nieuw dat het proces-verbaal kan worden vervangen door een beeld- of geluidsopname (art. 30n lid 7 Rv ontwerp).