Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.5
2.5 Kwaliteit van individuele bewijsstukken
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Schum 2003, p. 17-19
Bij tastbaar bewijsmateriaal is vooral de authenticiteit van het bewijs van belang. Is het bewijsmateriaal wel wat het pretendeert te zijn? Een belangrijk element is de chain of custody die het bewijsmateriaal heeft gepasseerd voordat de gebruiker het observeert en daaraan conclusies verbindt. Bij metingen en dergelijke zijn juist de sensitiviteit en accuratesse belangrijk. Bij verklaringen moet naar andere factoren worden gekeken, zoals naar de bron (wie zegt het?) en naar de volledigheid, accuratesse en consistentie van de verklaring (Anderson, Schum & Twining 2005, p. 64-65). Zie voor het toetsen van de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen hoofdstuk 6.
Uit het voorgaande volgt dat voor het nemen van een (deugdelijke) bewijsbeslissing van belang is om te kijken naar al het materiaal tezamen (holistisch), maar ook naar de individuele bewijsstukken (atomistisch). De rechter die de geldigheid van de hypothese in de tenlastelegging moet vaststellen, doet dat op basis van feiten die hij afleidt uit het bewijsmateriaal. Voor de deugdelijkheid van de feitelijke vaststellingen waarop de rechter zijn beslissing baseert, is de kwaliteit van het bewijsmateriaal van groot belang. In het juridisch domein wordt als maatstaf voor de kwaliteit van het bewijsmateriaal veelal het begrip betrouwbaarheid gehanteerd. Het begrip betrouwbaarheid is echter niet onproblematisch, omdat dit begrip op verschillende manieren wordt ingevuld. In deze paragraaf wordt nader gekeken naar het concept betrouwbaarheid mede in relatie tot andere concepten die betrekking hebben op kwaliteit van bewijsmateriaal. Daarbij is het goed om het volgende voor ogen te houden. In zijn streven naar deugdelijke (zo men wil: betrouwbare) kennis over de werkelijkheid, zal de rechter bij de waardering van individuele bewijsstukken naar een tweetal aspecten (moeten) kijken, namelijk naar 1) de inhoud van het bewijsstuk in relatie tot de werkelijkheid en 2) de inhoud van het bewijsstuk in relatie tot de te bewijzen hypothese. Er komt in dit verband een viertal begrippen aan de orde die paarsgewijs worden besproken. Het betreft de begrippen betrouwbaarheid en geloofwaardigheid, die zien op inhoud van het bewijsmateriaal in relatie tot de werkelijkheid en de begrippen relevantie en bewijswaarde, die zien op de inhoud van het bewijsmateriaal in relatie tot de te bewijzen hypothese.
De rechter staan verschillende soorten bewijsmateriaal ter beschikking. In dit verband kan globaal onderscheid worden gemaakt tussen verklaringen (testimony) enerzijds en meer tastbaar, stoffelijk bewijs (tangible of real evidence) anderzijds. Dit onderscheid is afkomstig uit de Anglo-Amerikaanse literatuur, maar is ook algemeen bruikbaar. Bij verklaringen (testimonial evidence) gaat het om menselijke informatiebronnen, in de zin van mondelinge of op schrift gestelde beweringen van personen over de werkelijkheid, terwijl het bij fysiek bewijsmateriaal gaat om objecten, foto’s, metingen en kaarten, waarbij de gedachte is dat de gebruiker door middel van directe observatie rechtstreeks kan beoordelen wat een individueel bewijsstuk aantoont.1 Het is van belang om de verschillende soorten bewijsmateriaal van elkaar te onderscheiden, omdat de toets van de inhoud bij elk type bewijsmateriaal anders is. Echter, er zijn ook veel overeenkomsten.2 Zo kunnen bij verklaringen afkomstig van getuigen, verdachten en deskundigen tot op zekere hoogte dezelfde criteria worden aangelegd.
2.5.1 Betrouwbaarheid en geloofwaardigheid2.5.2 Relevantie en bewijswaarde