Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.2:2.2 Strafrechtelijke waarheidsvinding
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/2.2
2.2 Strafrechtelijke waarheidsvinding
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in de inleiding reeds aan bod kwam, is waarheidsvinding het leidende perspectief waarmee in dit onderzoek naar het strafproces en de problematiek van getuigenverklaringen wordt gekeken. Waarheidsvinding vormt niet uitsluitend een extern perspectief, het strafproces stelt zich dit ook uitdrukkelijk tot doel. Het streven naar de waarheid komt op tweeërlei wijzen tot uitdrukking, namelijk in het proces van bewijzen en het onderzoek dat daaraan voorafgaat. In het strafrechtelijk onderzoek streeft men ernaar de werkelijke toedracht van strafrechtelijk relevante incidenten te achterhalen.1 Vervolgens wordt van de rechter die zich ziet geconfronteerd met een concrete verdachte, verwacht dat hij zijn beslissing baseert op de ‘feiten’. Op hem rust de taak om te achterhalen of de verdachte het strafbare feit waarvan hij wordt beschuldigd, ook daadwerkelijk heeft gepleegd en om op dit punt een bindende beslissing te nemen gebaseerd op hetgeen zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. De bewijsbeslissing vormt het sluitstuk van de strafrechtelijke waarheidsvinding en markeert het (voorlopige) eindpunt van de zoektocht daarnaar.2
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het doel van waarheidsvinding in relatie tot andere doelen van het strafproces en problemen omtrent de kenbaarheid van de werkelijkheid. Tot slot wordt kort stilgestaan bij de gehanteerde waarheidsbegrippen.
2.2.1 Relatie tot andere doelen in het strafproces2.2.2 Correspondentie als ideaal2.2.3 Materiële versus formele waarheid