Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.5.2.3:2.5.2.3 Schadebeperkingsplicht
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.5.2.3
2.5.2.3 Schadebeperkingsplicht
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973579:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1999/2000, 19529, nr. 5, p. 19, zoals geciteerd in par. 2.5.2.2 hiervoor.
Neleman 1973, p. 259-266; Wessels 1988, p. 80; Vranken 1989, p. 198; Streefkerk 1987, nr. 32; Bouman & Tilanus-van Wassenaer 1998, nr. 34; Krans 1999, p. 195.
TM, Parl. Gesch. BWBoek 6, 1981, p. 350.
Keirse 2003, p. 76.
Von Staudinger 2015, par. 242 BGB, nr. 300 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook de schadebeperkingsplicht wordt als Obliegenheit gekenschetst. De minister heeft in het kader van de verzekeringsrechtelijke bereddingsplicht (art. 7:957 BW), welke rechtsfiguur verwantschap vertoont met de algemene schadebeperkingsplicht die voortvloeit uit art. 6:101 BW, expliciet overwogen dat de schadebeperkingsplicht ex art. 6:101 BW als Obliegenheit moet worden gezien.1 In de wetsgeschiedenis bij art. 6:101 BW heeft de wetgever dat niet expliciet zo gesteld. Sieburgh ziet de algemene schadebeperkingsplicht echter zonder meer als Obliegenheit en dus als een niet-afdwingbare verplichting van de schuldenaar.2 Zij wordt in die opvatting door meerdere auteurs gesteund.3 Ook in het Duitse recht wordt de schadebeperkingsplicht, zoals hiervoor in par. 2.3.1 al aangegeven, als Obliegenheit geduid. Zowel naar Nederlands recht als Duits recht bestaat enige discussie over de kwalificatie als Obliegenheit, omdat men zich afvraagt of aan de schadebeperkingsplicht steeds een rechtsbetrekking ten grondslag ligt. Ik kom daarover nog te spreken in par. 2.5.4 hierna.
Op deze plaats is van belang dat de schadebeperkingsplicht op grond van art. 6:101 BW niet-afdwingbaar wordt geacht. In de parlementaire geschiedenis is in dat verband opgemerkt dat niemand in beginsel rechtens kan worden verplicht zichzelf voor schade te behoeden.4 Volgens Keirse is de benadeelde in de eigen rechtssfeer heer en meester en wordt het gerechtvaardigde belang bij schadebeperking aan de zijde van de schuldenaar volledig gediend door hem niet met de daaraan verbonden schadelijke gevolgen te belasten.5 Een andere opvatting zou neerkomen op het aannemen van een onrechtmatige daad van de benadeelde jegens zichzelf.6 Ook naar Duits recht acht men de schadebeperkingsplicht niet-afdwingbaar.7 De schadebeperkingsplicht loopt in dit opzicht dus in de pas met het hiervoor gedefinieerde eerste Obliegenheitskenmerk.