Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/6.6.6
6.6.6 Nuancering van vrijheid van inrichting
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS436988:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
V, TK, 2006-2007, 30 929, nr. 6, p. 8.
Art. 78a/189a luidt: 'Voor de toepassing van de artikelen 87/195, 96/206, 96a, 101/210lid 6 en 129/ 239 wordt onder orgaan van de vennootschap verstaan de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering van houders van aandelen van een bijzonder soort, het bestuur, de raad van commissarissen en de gemeenschappelijke vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.'
De weergegeven stelling van de Minister is zijn reactie op een eerder gestelde vraag door de leden van de fractie van het CDA in de Tweede Kamer. De vraag is mede gebaseerd op het uitgangspunt dat benoeming van bestuurders of toezichthouders door een ander orgaan dan de algemene vergadering van aandeelhouders kan plaatsvinden.1
De Minister weerspreekt dat uitgangspunt niet. Overigens bevestigt hij het ook niet.
Bedacht moet worden dat artikel 333k enkel gelezen moet worden in het licht van medezeggenschap. De definitie van medezeggenschap laat geen ruimte voor benoemingsstructuren waar bestuurders en commissarissen, behoudens de uitzondering van artikel 143/253, worden benoemd door andere organen van de vennootschap in de zin van artikel 78a/189a.2
Enkel (invloed op) benoemingen door het orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt en/of van de werknemersvertegenwoordigers zijn, zoals bleek in § 6.5, toegestane uitzonderingen.
Het hiervoor beschreven systeem kan duidelijker in de wet verankerd worden. Dat kan door expliciet te bepalen dat als gevolg van onderhandelingen, of het van toepassing worden van referentievoorschriften er bij een grensoverschrijdende fusie een regeling kan zijn die recht doet aan de alsdan van toepassing zijnde medezeggenschap maar die afwijkt van de bepalingen van de artikelen 132/242, 142 en 143/ 252 en 253.