Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1244
Aanbestedingsrecht. Onrechtmatige daad. Vordering tot schadevergoeding tegen Staat na HR 27 maart 2015, NJ 2015/169, HvJ EU 14 december 2016, NJ 2018/206 en HR 6 juli 2018, NJ 2018/383. Klempositie VWS?; evenredigheidstoets (art. 45 lid 3 Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten); transparantiebeginsel.
HR 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1738
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/01586
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Aanbestedingsrecht / Gunning
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Aanbestedingsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1738, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:207, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑04‑2024
- Wetingang
Art. 45 Bao
Essentie
Aanbestedingsrecht. Onrechtmatige daad. Vordering tot schadevergoeding tegen Staat na HR 27 maart 2015, NJ 2015/169, HvJ EU 14 december 2016, NJ 2018/206 en HR 6 juli 2018, NJ 2018/383. Klempositie VWS?; evenredigheidstoets (art. 45 lid 3 Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten); transparantiebeginsel.
Samenvatting
Het hof heeft overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel dat een aanbestedende dienst altijd een evenredigheidstoets moet toepassen en daar niet in de aanbestedingsvoorwaarden van mag afwijken. Dit oordeel is onjuist. Het Nederlandse recht verplicht een aanbestedende dienst (dwingendrechtelijk) ertoe om bij toepasselijkheid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.