De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.7.2:I.3.7.2 Samenloop periodieke verkiezingen en ontbindingsverkiezingen in het kader van een grondwetsherziening
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.7.2
I.3.7.2 Samenloop periodieke verkiezingen en ontbindingsverkiezingen in het kader van een grondwetsherziening
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284937:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hiervoor heb ik de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen (VVD, CDA, D66, PvdA) van destijds doorgelezen. Thema’s verband houdende met de grondwetsherziening van 1983 kwamen daarbij nauwelijks aan de orde. Ook de verkiezingsprogramma´s van de grotere partijen uit 2002, 2003 en 2006 gingen soms in op grondwetsherzieningen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Meestal vallen de ontbindingsverkiezingen in het kader van een grondwetsherziening samen met periodieke verkiezingen. Hierdoor is het voor de kiezer minder opvallend dat een verkiezing over een grondwetsherziening gaat, aangezien het periodieke ritme niet wordt doorbroken door vervroegde verkiezingen omwille van een grondwetsherziening. Bij dergelijke verkiezingen ligt het voor de hand dat andere thema’s (over bijv. zorg, het sociaal stelsel, arbeid en onderwijs) een grote rol zullen spelen. Een nauwkeurige peiling over de zienswijze van het electoraat op een specifieke grondwetsherziening leveren deze verkiezingen niet op. Bovendien kan het ook gaan om meerdere grondwetsherzieningen tegelijk zoals bij de grondwetsherziening van 1983. Een zuivere ontbinding in het licht van een grondwetsherziening garandeert evenmin dat een nauwkeurige peiling zal plaatsvinden.
Natuurlijk is mogelijk dat bepaalde voorstellen tot een grondwetsherziening prominent zullen zijn tijdens verkiezingen. Denk bijvoorbeeld aan voorstellen die in tweede lezing zouden voorliggen over de afschaffing van de monarchie of de herinvoering van de doodstraf. Ook dan bestaat echter een grote kans dat andere thema’s de verkiezingen zullen domineren en zal van een nauwkeurige peiling geen sprake zijn.
Overigens kunnen verkiezingen wél op meer indirecte wijze gaan over een grondwetsherziening, terwijl andere thema’s mede een rol spelen tijdens verkiezingen. Verkiezingen houden namelijk primair een stemming in op een lijst. Een kiezer hoeft dat niet alleen te doen omwille van concrete standpunten van een politieke partij over een bepaald thema. Ook de algemene visie van een politieke partij kan een rol spelen. Een politieke partij kan progressief of juist conservatief zijn. Bovendien kunnen bepaalde eigenschappen van kandidaten op een lijst een rol spelen bij de keuze van de kiezer. Deze aspecten laten zien dat verkiezingen over veel verschillende aangelegenheden kunnen gaan. Het is bovendien lastig om te doorgronden wat de doorslag geeft voor een kiezer om op een lijst te stemmen.1 Een kiezer kan achter een ideologische lijn van een partij staan, maar dat hoeft uiteraard nog niet te betekenen dat hij iets van het concrete voorstel vindt. Dat maakt het nog complexer om verkiezingen te kunnen beschouwen als een adequate peiling in het kader van een grondwetsherziening. Verder kunnen er meerdere voorstellen in tweede lezing aan de orde komen. Het is mogelijk dat een partij bij de verkiezingen voor het ene voorstel tot herziening is en tegen het andere. De kiezer op die partij hoeft het uiteraard niet met beide standpunten van de partij eens te zijn.
Politieke partijen besteden in hun verkiezingsprogramma bovendien niet altijd aandacht aan voorstellen met betrekking tot een grondwetsherziening. Als politieke partijen hun plannen niet kenbaar maken in hun programma, dan is het voor de kiezer niet goed mogelijk om te weten waar hij/zij op stemt gelet op een op handen zijnde grondwetsherziening. Tussen 2012 en 2017 zijn drie verklaringswetten aangenomen (de voorstellen omtrent een correctief referendum, BES-eilanden en deconstitutionalisering van de kroonbenoeming van de burgemeester). Ten aanzien van het voorstel over de positie van de BES-eilanden in de Grondwet gaf enkel de ChristenUnie aan dat zij hier voorstander van was. De overige partijen gaven er geen aandacht aan in hun verkiezingsprogramma. Dit was geen onderwerp voor een partij om zich te profileren tijdens een verkiezingscampagne. Ten aanzien van het correctief referendum spraken in 2017 meerdere partijen zich op basis van hun verkiezingsprogramma´s uit voor of tegen een dergelijk. Kortom, het beeld ontstaat dat partijen niet consequent de thema’s met betrekking tot een voorstel tot een grondwetsherziening hebben opgenomen in hun verkiezingsprogramma’s. Niet kan gesteld worden dat deze thema’s nooit in de verkiezingsprogramma’s en in de campagnes naar voren kwamen, maar van deze mogelijkheid wordt niet altijd gebruik gemaakt. Opvallend is overigens hoe weinig aandacht in de verkiezingsprogramma’s van de grote partijen in 1981 was voor de algehele grondwetsherziening van 1983. De verkiezingen van 2002, 2003 en 2006 geven net zoals de verkiezingen van 2017 een wisselend beeld: soms namen partijen een grondwetsherzieningsthema op in hun verkiezingsprogramma, maar in veel gevallen ook niet.2
Kortom, verkiezingen gaan over veel meer dan een grondwetsherziening. Dat valt zelfs te constateren bij de verkiezingen in 1948. Bovendien spelen andere motieven een rol bij het uitbrengen van een stem. Zelfs als een kiezer stemt op een partij vanwege haar ideologie, blijkt dat verkiezingen geen nauwkeurig peilinstrument zijn om de visie van kiezers op een specifieke grondwetsherziening te kunnen bepalen.