De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.10:I.3.10 De Eerste Kamer in de tweede lezing
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.10
I.3.10 De Eerste Kamer in de tweede lezing
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285020:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Eerste Kamer stemt ook in de tweede lezing later dan de Tweede Kamer. Strikt genomen eist de tekst van de Grondwet dat niet. De Eerste Kamer heeft overigens niet het laatste woord, de regering moet het voorstel altijd nog bekrachtigen, zie artikel 139 Gw. De rol van de Eerste Kamer in het grondwetgevingsproces in tweede lezing is van oudsher controversieel.
De Eerste Kamer beslist in tweede lezing met gekwalificeerde meerderheid ná de Tweede Kamer, terwijl alleen voor de Tweede Kamer de ontbindingseis geldt. In deze paragraaf ga ik (nog) niet in op de discussie hierover. Eerst volgt hier de praktijk sinds 1848.
De vraag is in deze paragraaf alleen hoe de Eerste Kamer daadwerkelijk om is gegaan met herzieningsvoorstellen in tweede lezing. Vanaf 1848 heeft de Eerste Kamer 115 voorstellen in tweede lezing behandeld, waarvan zij zeven voorstellen heeft verworpen en 108 voorstellen heeft aangenomen. Ik bespreek nu de zeven situaties waar de Eerste Kamer een voorstel in tweede lezing verwierp. Voor de probleemanalyse ben ik geïnteresseerd in de redenen achter het stranden van deze voorstellen in deze late fase van de procedure. De eerste verwerping door de Eerste Kamer in tweede lezing volgde pas na de Tweede Wereldoorlog.
I.3.10.1 Uitbreiding van het aantal leden van de Tweede KamerI.3.10.2 Bepalingen inzake het parlementair vacuümI.3.10.3 Vervroeging PrinsjesdagI.3.10.4 Het minderheidsrecht betreffende het enquêterechtI.3.10.5 Vervanging volksvertegenwoordiger bij zwangerschapI.3.10.6 Het correctief wetgevingsreferendum / ‘De nacht van Wiegel’I.3.10.7 De deconstitutionalisering van de benoemingswijze van de burgemeester/ De Nacht van Van ThijnI.3.10.8 Algemene bevindingen