Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/5.2.3:5.2.3 De Commissie Kalsbeek
Startinformatie in het strafproces 2014/5.2.3
5.2.3 De Commissie Kalsbeek
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Politierecht / Bevoegdheden
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1998-1999, 26 269, nrs. 4-5 (eindrapport ‘Opsporing in uitvoering’ van de Tijdelijke commissie evaluatie opsporingsmethoden).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Tijdelijke commissie evaluatie opsporingsmethoden (Commissie Kalsbeek) wordt in 1998 ingesteld om de effecten van de aanbevelingen van de Commissie van Traa te volgen en te evalueren.1 Naast het evaluatieve karakter van de werkzaamheden van de Commissie Kalsbeek, doet zij in haar eindrapport ook enkele aanbevelingen.
Wat betreft het runnen van informanten stelt de commissie vast dat er meer controle wordt uitgeoefend, waarbij vooral wordt gewezen op de grotere rol van de CID-officier. Waar de CID in de oude situatie een grote vrijheid bezat als het ging om het werken met informanten, dient nu de CID-officier toestemming te geven voor het inschrijven en runnen van informanten. Het behoort tot de kerntaak van deze officier van justitie om toezicht te houden op het gebruik van informanten en de wijze waarop de verschillende registers worden gevuld. Verder dient de CID-officier te voorkomen dat de CID eigen doelen gaat nastreven en moet hij erop toe zien dat de CID zich beperkt tot haar ondersteunende taak in het rechercheproces. De CID-officier dient zijn werkzaamheden primair te verantwoorden aan de recherche-OvJ en daarnaast aan de hoofdofficier.
Met betrekking tot de voorgestane wettelijke normering van taken en bevoegdheden van de CID is de commissie, op zijn zachts gezegd, een stuk minder lovend. Zij constateert dat de bestaande regelingen over de werkwijze en inrichting van de CID niet zijn aangepast. Dit terwijl de Commissie Van Traa juist op dit organisatieonderdeel in haar eindrapport veel kritiek heeft geuit. De commissie is dan ook van oordeel dat op zeer korte termijn een nieuwe CID-regeling moet worden opgesteld waarin de taken, procedures en bevoegdheden van de CID zijn opgenomen.
Ten slotte wordt nog een opmerking gemaakt over de in 1995 ingestelde Raad van Advies voor de CID. De commissie stelt vast dat dit adviesorgaan, dat belast is met een uitgebreide taakstelling op een essentieel onderdeel van de politie, in een belangrijke periode vrijwel geen gevolg heeft gegeven aan de uitvoering van haar (adviserende) taak.