Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.3.2.1
11.4.3.2.1 Materiële en immateriële goederen
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258539:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Panel Report van 27 april 2009, Colombia — Indicative Prices and Restrictions on Ports of Entry, WT/DS366/R, aangenomen op 20 mei 2009, p. 88-89. Het WHO Panel stelt dat verdragsbepalingen op basis van artikel 31 van het Weens Verdragenverdrag uitgelegd moeten worden. Dat betekent dat verdragsbepalingen uitgelegd moeten worden aan de hand van de gewone betekenis van de daarin gebruikte termen.
HvJ EEG 18 april 1991, nr. C-79/89 (Brown Boveri & Cie AG tegen Hauptzollamt Mannheim), ECLI:EU:C:1991:153, r.o. 21.
Sherman & Glashoff stellen zich op het standpunt dat artikel 8, lid 1, onderdeel b, ten eerste, CVA (equivalent van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU) alleen materiële goederen betreft. Dit zou betekenen dat immateriële goederen – zoals software –, zover verwerkt in de ingevoerde goederen, niet als belastbare toelevering kwalificeren. Dit lijkt op gespannen voet te staan met Conclusie 26 van de Expertgroep Douane (afdeling douanewaarde) waarin wordt gesteld dat immateriële goederen kwalificeren als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU als zij als immaterieel bestanddeel in de ingevoerde goederen wordt verwerkt voor het functioneren daarvan, zie onderdeel 11.4.3.6 en Conclusie 26 van de Expertgroep Douane (afdeling douanewaarde) betreffende software en gerelateerde technologie: behandeling van artikel 71(1)(b) DWU. S.L. Sherman & H. Glashoff, Customs valuation: commentary on the GATT customs valuation code, ICC Pub: 1988, p. 113.
Opgemerkt kan nog worden dat wanneer immateriële goederen (waaronder software) als ‘materialen, samenstellende delen, onderdelen en dergelijke’ worden aangemerkt, dit tot gevolg heeft dat wanneer software afkomstig is uit de Europese Unie, de software belastbaar is als het reeds bij invoer in de goederen is belichaamd en niet belastbaar als de installatie pas plaatsvindt nadat de goederen zijn ingevoerd, zie L. Cernat & Zo. Kutlina-Dimitrova, Thinking in a box: A ‘Mode 5’ Approach to Service Trade, Journal of World Trade 48(6), p. 1121-1122. Ik breng daar tegenin dat dit niet anders is voor wat betreft materiële goederen van oorsprong uit de Europese Unie. Indien voor immateriële goederen op dit principe een uitzondering wordt gemaakt, ontstaat er een ongelijk speelveld met goederen die worden betrokken waarop software is belichaamd zonder dat de software gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking is gesteld aan de verkoper (zie hoofdtekst). Zie nader onderdeel 11.4.3.5 en 11.4.3.6.
Ik doel hierbij op software die in een goed is belichaamd en niet op software die is opgenomen op een gegevensdrager. In dat laatste geval wordt de software niet in de douanewaarde betrokken, zie Decision 4.1. Valuation of carrier media bearing software for data processing equipment. (Adopted, 10th meeting, 24 September 1984) en onderdeel 7.2.3.
HvJ EEG 18 april 1991, nr. C-79/89 (Brown Boveri & Cie AG tegen Hauptzollamt Mannheim), ECLI:EU:C:1991:153, r.o. 21.
HvJ EU 10 september 2020, nr. C-509/19 (BMW Bayerische Motorenwerke AG tegen Hauptzollamt München), ECLI:EU:C:2020:694, r.o. 18-19.
De toelevering genoemd in categorie i bestaat uit materialen, samenstellende delen, onderdelen en dergelijke die in de ingevoerde goederen worden verwerkt. Indien de termen zoals genoemd in artikel 8, lid 1, onderdeel b, ten eerste, CVA (equivalent van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU) worden uitgelegd overeenkomstig hun gewone betekenis, weerhoudt zich dat er niet van om onder materialen, delen en onderdelen naast materiële goederen ook immateriële goederen – zoals software – te verstaan voor zover zij in de ingevoerde goederen worden verwerkt.1 Zo wordt ‘samenstel’ in de Van Dale uitgelegd als ‘wat samengesteld is, uit onderdelen of bestanddelen gevormd geheel’. In het Brown Boveri & Cie AG tegen Hauptzollamt Mannheim-arrest wordt software als bestanddeel aangemerkt.2 Daarnaast zouden immateriële goederen ook, indien zij niet onder ‘materialen, samenstellende delen, onderdelen’ kunnen worden geschaard, kunnen worden begrepen onder ‘en dergelijke’, welk deel de reikwijdte van deze toelevering verruimt en het mogelijk maakt om daaronder ook immateriële goederen te scharen.3/4 Het standpunt dat immateriële goederen alleen als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU (‘intellectuele toelevering’) kan kwalificeren, houdt naar mijn mening geen stand, omdat daarin alleen toeleveringen worden begrepen die noodzakelijk zijn voor de productie van de ingevoerde goederen. Het omvat, met andere woorden, geen toeleveringen die in de ingevoerde goederen worden verwerkt. Daarnaast zou het uitsluiten van immateriële goederen die worden verwerkt in de ingevoerde goederen zorgen voor een ongelijk speelveld en doet het daarmee afbreuk aan de neutraliteit van het douanewaardestelsel. Zo maakt software immers ook onderdeel uit van de douanewaarde wanneer een goed wordt betrokken waarin software is belichaamd dat niet door de koper gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking is gesteld.5 Het Hof van Justitie heeft namelijk in het Brown Boveri & Cie AG tegen Hauptzollamt Mannheim-arrest overwogen dat de kosten van software, voor zover belichaamd in het ingevoerde goed, “[…] als bestanddeel van de voor het voorwerp betaalde of te betalen prijs en derhalve van de transactiewaarde [moeten] worden beschouwd.”6 Derhalve lijkt het mij rechtvaardig als software ook in aanmerking kan worden genomen als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU. Het Hof van Justitie heeft deze zienswijze in het BMW Bayerische Motorenwerke AG tegen Hauptzollamt München-arrest inmiddels bevestigd (onderdeel 11.4.3.6.4).7