Artikel 6 EVRM en de civiele procedure
Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/2.6.1.4:2.6.1.4 Beroepsmogelijkheden
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/2.6.1.4
2.6.1.4 Beroepsmogelijkheden
Documentgegevens:
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS304888:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk ook de hierboven in par. 2.6.1.2 vermelde uitspraken van het EHRM in de zaken Del Sol en Essaadi.
Zie HR 5 november 1993, NJ 1994, 109 (onder verwijzing naar HR 6 april 1990, NJ 1991, 34) met betrekking tot het inmiddels vervallen art. 22 WROM. Ten aanzien van art. 45 en art. 46 WRB mag hetzelfde worden aangenomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Weigering van gefinancierde rechtshulp kan ten onrechte geschieden. Het is derhalve van belang dat heroverweging van de genomen beslissing mogelijk is. Men vergelijke art. 7 Resolution R(78)8:
'The legal aid system should provide for a review of a decision to refuse a grant of legal aid.'
Art. 45 en art. 46 WRB voorzien in een dergelijke heroverwegingsmogelijkheid. Op grond van deze artikelen kan men bezwaar maken bij de Raad voor de rechtsbijstand en vervolgens beroep bij de rechtbank instellen tegen een weigeringsbeslissing. Zou deze mogelijkheid van een uiteindelijke toetsing door de rechter niet bestaan, dan zou mijns inziens strijd met art. 6 EVRM geconstateerd moeten worden;1 zoals in par. 233 bleek dient de toetsing ten gronde door een volwaardig rechterlijk orgaan te geschieden.
Toetsing van de Raadsbeslissing door de rechter komt overigens alleen toe aan degene die om gefinancierde rechtshulp heeft verzocht, en niet (ook) aan diens raadsman, aldus de Hoge Raad. De beslissing in kwestie heeft immers betrekking op de aanspraak van de rechtzoekende op toegang tot de rechter in de zin van art. 6 EVRM, niet van diens advocaat.2