Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.6.2
8.6.2 Oneigenlijke achterstellingen
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186865:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de erkenning par. 7.3.4.2 en over het akkoord par. 8.6.3 e.v.
Zie par. 7.3.4.3 e.v.
Zie par. 7.3.4.3 e.v.
Zie par. 7.3.4.4 en 6.5.3.3.
Zie ook par. 6.5.3.3.
Zie par. 6.5.3.3.
Als de kans op vervulling nul is en zal blijven kan zelfs worden gesteld dat de vordering onder opschortende voorwaarde teniet is gegaan. Zie par. 6.5.3.3 en vgl. stelling zes bij Steneker 2005.
Zie ook HR 31 januari 1992, NJ 1992/686 (Van der Hoeven/Comtu).
532. De positie van een schuldeiser bij een faillissementsakkoord wordt grotendeels bepaald door de erkenning van zijn vordering tijdens de verificatie. Dat geldt ook voor vorderingen die op het eerste gezicht oneigenlijk zijn achtergesteld. Als die vordering als eigenlijk achtergesteld is erkend dan moet die ook voor het akkoord als zodanig worden behandeld.1
533. Oneigenlijk achtergestelde vorderingen kunnen ook worden erkend met toepassing van de reguliere verificatiebepalingen op de oneigenlijke achterstelling.2 In dat geval worden die vorderingen erkend als concurrente vordering, veelal ter hoogte van de contante waarde.3 Voor de behandeling van het akkoord worden die vorderingen dan als concurrente vorderingen beschouwd ter hoogte van het bedrag waarvoor zij zijn geverifieerd. Voor dat bedrag hebben die schuldeisers stemrecht op grond van artikel 145 Fw.
Een schuldeiser van een vordering onder opschortende voorwaarde kan echter ook afdwingen dat zijn vordering wordt erkend voor het volledige bedrag, maar met behoud van voorwaarde.4 Dan heeft hij stemrecht voor de volledige hoogte van zijn vordering.5 De schuldeiser van een voorwaardelijk vordering kan op die manier meer stemrechten en dus invloed naar zich toe trekken dan zijn vordering legitimeert.6 Daarmee kan hij aanzienlijke nuisance value creëren. De Faillissementswet voorziet niet in mogelijkheden om daartegen op te treden, zoals een mogelijkheid om het stemrecht van de voorwaardelijke schuldeiser zonder zijn instemming te beperken tot de contante waarde van zijn vordering. Het verdient overweging die mogelijkheid op te nemen. Daarbij kan worden aangesloten bij de bevoegdheid van een rechter-commissaris om betwiste vorderingen voorwaardelijk toe te laten voor een door hem te bepalen bedrag.7
Naar geldend recht worden de bevoegdheden van een schuldeiser van een vordering onder opschortende voorwaarde alleen beperkt door algemene leerstukken als misbruik van bevoegdheid en de redelijkheid en billijkheid tussen schuldeisers.8 Daaruit kan mijns inziens voortvloeien dat het de schuldeiser niet vrijstaat om naar eigen believen te stemmen op de nominale waarde van een voorwaardelijke vordering waarvan de voorwaarde redelijkerwijs niet meer in vervulling kan treden.9
534. Als het akkoord wordt aangenomen en gehomologeerd dan bindt het ook de schuldeisers van niet-opeisbare en voorwaardelijke vorderingen.10 De gevolgen daarvan worden door het akkoord bepaald. Dat kan bijvoorbeeld bepalen dat het verhaalsrecht verbonden aan de achtergestelde vorderingen vervalt. De achtergestelde schuldeisers houden dan slechts een natuurlijke verbintenis over.11