Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.5.5.2:8.5.5.2 Groter risico
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.5.5.2
8.5.5.2 Groter risico
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713242:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Zutphen 15 oktober 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BY0801, JA 2013/20.
Rb. Zutphen 15 oktober 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BY0801, JA 2013/20, r.o. 4.6.
Zie bijvoorbeeld: Hof ’s-Hertogenbosch 6 april 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BM0971.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de feitenrechtspraak zijn verschillende voorbeelden te vinden waarin de hoedanigheid van ondernemer meeweegt bij de invulling van de kelderluikfactor ‘de verwachte onoplettendheid en onvoorzichtigheid van de gelaedeerde’. Het ging hier om gevallen waarin de onoplettendheid en onvoorzichtigheid werd veroorzaakt of vergroot door de bedrijfsactiviteit. In de genoemde winkelongevallen overwoog de rechter dat de aandacht van de klanten naar de schappen werd getrokken.
Uit het rechtspraakonderzoek volgt ook een voorbeeld waarin de hoedanigheid van ondernemer geen gewicht in de schaal legde. Het ging om een uitspraak van de rechtbank Zutphen uit 2012.1 In dat geval was een mevrouw door een stoel gezakt tijdens haar bezoek aan een bank. De rechtbank overweegt dat het ging om een typisch ‘huis-, tuin- en keuken’-ongeval in een setting van professionele dienstverlening’ en oordeelt uiteindelijk dat de bank niet aansprakelijk was.2 Hoewel de rechtbank dit niet expliciteert, is de professionele setting (en daarmee de hoedanigheid van de bank) geen zwaarwegend argument, omdat het risico op doorzakken niet nauw genoeg samenhangt met de aard van de bedrijfsactiviteit.
Tot slot is ook een uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch uit 2010 relevant.3 Een bezoeker van een notariskantoor was in een keldergat gevallen, dat zich direct achter een deur bevond. Het hof oordeelt dat het notariskantoor aansprakelijk was. In dit geval zou betoogd kunnen worden dat het gevaar niet in nauw verband staat met de bedrijfsactiviteit en dat de hoedanigheid van ondernemer geen rol speelde. Toch is het niet verwonderlijk dat het kantoor aansprakelijk werd gehouden gelet op de ernst van de gevolgen en het feit dat het makkelijk was geweest om maatregelen te nemen (zoals een bordje op de deur dat er zich achter de deur een keldergat bevond). Hieruit lijkt te volgen dat de hoedanigheid van ondernemer slechts een aanwijzing is voor de gevaarsverhoging en dat de overige omstandigheden in dit geval zwaarder wogen.