Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/2.1
2.1 Inleiding
mr. T.C. Borman, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. T.C. Borman
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. T.C. Borman, ‘Territoriale aanduidingen in het Koninkrijk na 10-10-10’, RegelMaat 2015, afl. 3, p. 221-230.
Zie voor de eerste en tweede lezing van deze Grondwetswijziging: Stb. 2016, 458 en 426 (Kamerstukkendossiers 33131 en 34341) en Stb. 2017, 426 (Kamerstukkendossier 34702).
Aldus de MvT bij het eerstelezingsvoorstel: Kamerstukken II 2011/12, 33131, 3, p. 5.
Zie art. 2, eerste lid, Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (IBES). Dit zijn voormalige Nederlands-Antilliaanse regelingen die op 10-10-10 via de IBES uitdrukkelijk tot 'BES-regeling' zijn getransformeerd. Een voorbeeld op bestuursrechtelijk terrein is de Wet openbaarheid van bestuur BES, die nu de openbaarheid regelt van documenten onder de bestuursorganen van de openbare lichamen en onder de Rijksvertegenwoordiger.
Zie art. 2, tweede lid, IBES. Dit zijn van oorsprong Europees-Nederlandse regelingen die geheel of gedeeltelijk ook voor de BES zijn gaan gelden (zie bijv. art. 10b Bekendmakingswet) en geheel nieuwe BES-regelingen (bijv. de Wet elektriciteit en drinkwater BES).
Zie art. 2, derde lid, IBES. Het gaat hier om wettelijke voorschriften die overal ter wereld en dus ook in Caribisch Nederland van toepassing zijn (vgl. Kamerstukken II 2008/09, 31957, 3, p. 18, en Kamerstukken II 2009/10, 31957, 7, p. 7). Voorbeeld is de Wet openbaarheid van bestuur, op grond waarvan een ieder, ongeacht waar ter wereld, een verzoek om informatie kan richten tot een (Europees-)Nederlands bestuursorgaan.
Zoals 1 januari 1994 voor het bestuursrecht een magische datum was, zo was 10 oktober 2010 dat voor het staatsrecht. Op ‘10-10-10’ werd er in ons Koninkrijk een land opgeheven, kwamen er twee nieuwe landen bij en werd het grondgebied van Nederland uitgebreid met drie Caribische eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze eilanden, destijds aangeduid als ‘de BES’, tegenwoordig als ‘Caribisch Nederland’,1 kregen de status van ‘openbaar lichaam’. In artikel 1, tweede lid, Statuut voor het Koninkrijk werd een zogeheten differentiatiebepaling opgenomen, die per 17 november 2017 is overgeheveld naar de Grondwet, waar zij staatsrechtelijk thuishoort.2Artikel 132a Grondwet biedt sindsdien een grondwettelijke basis om bij wet in het Caribische deel van Nederland andere territoriale openbare lichamen dan provincies en gemeenten in te stellen. Het vierde lid, de differentiatiebepaling, luidt:
4. Voor deze openbare lichamen kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op bijzondere omstandigheden waardoor deze openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.
Het belang van deze differentiatiebepaling ligt in de uitdrukkelijke erkenning door de Grondwetgever van de fundamentele verschillen tussen het Caribische en het Europese deel van Nederland, leidend tot ‘gescheiden rechtsordes’.3
De eigen rechtsorde van Caribisch Nederland krijgt gestalte doordat daar alleen de als zodanig van toepassing verklaarde wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen gelden4 en de wettelijke regelingen waarbij dit uitdrukkelijk bij wettelijk voorschrift is bepaald of anderszins onmiskenbaar uit een wettelijk voorschrift volgt dat zij in Caribisch Nederland van toepassing zijn.5 Overigens zijn in Caribisch Nederland ook de Europees-Nederlandse regelingen van toepassing ‘die buiten het Europese deel van Nederland werking kunnen hebben’ (extraterritoriale werking).6
Hieronder bespreek ik de gevolgen van de gescheiden rechtsordes voor de toepassing van de Awb in Caribisch Nederland. Ter sprake komen achtereenvolgens de betekenis van de codificatieopdracht in de Grondwet (par. 2), de juridische constructie van de (niet-)toepasselijkheid van de Awb in Caribisch Nederland (par. 3), opvattingen over de vraag of de Awb daar van toepassing moet zijn (par. 4) en de redenen waarom dit nog niet het geval is (par. 5 en 6). Daarna volgen relativeringen (par. 7): het blijkt dat er wel degelijk al veel Awb-recht voor Caribisch Nederland geldt. Dit mondt uit in een agenda voor de totstandbrenging van een ‘Awb BES’ (par. 8).