Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/4.2.1:4.2.1 Verruiming van de sanctiemogelijkheid bij verwijtbare werkloosheid in 1994
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/4.2.1
4.2.1 Verruiming van de sanctiemogelijkheid bij verwijtbare werkloosheid in 1994
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258953:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1989/90, 21608, nr. 3, p. 16-17, 21.
Kamerstukken II 1990/91, 21608 nr. 6, p. 10-11.
A Rebel, in: Module Werkloosheidswet, artikel 24 WW, aant. 1.7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Per 1 maart 1994 werden de sanctiemogelijkheden van de bedrijfsverenigingen verruimd doordat het mogelijk werd om bij aanvang de volledige uitkering tijdelijk te weigeren bij verwijtbare werkloosheid. Bij de invoering van de WW was door het kabinet bewust ervoor gekozen om niet een tijdelijke gehele weigering in te voeren, omdat de werkloze in korte tijd met twee uitkeringsinstanties te maken zou krijgen. Bij het tussentijds uitvallen van een WW-uitkering zou men zich dan tot de gemeente moeten wenden voor een bijstandsuitkering (‘twee lokkettenproblematiek’). Deze problemen zouden zich volgens het kabinet niet voordoen als de sanctie alleen bij de aanvang van de uitkering mocht worden toegepast. De sanctiemogelijkheid is daarom beperkt tot het niet nakomen van verplichtingen die bij het intreden van de werkloosheid aan de werknemer worden gesteld (werkloos worden).1
Deze verruiming van de sanctiemogelijkheid is ingevoerd, omdat de uitvoeringsorganen een (nog) genuanceerder sanctiebeleid wilden voeren. De twee lokettenproblematiek zou zich in beperkte mate voordoen, omdat er geen sprake zou zijn van een onderbreking van de uitkering of dat er twee gedeelten van een uitkering bij twee instanties liepen.2 Deze sanctieverruiming liet zien dat het kabinet inspeelde op de wensen van de uitvoeringsorganen, maar wel op een manier dat deze in de praktijk niet voor extra administratief werk bij twee loketten zou zorgen (en dus ook niet tot meer uitvoeringskosten zou leiden).3