Einde inhoudsopgave
De invloed van de woonplaats op de fiscale behandeling (FM nr. 158) 2019/10.3.3
10.3.3 Grensoverschrijdende verliesverrekening
Mr. dr. N.P. Schipper, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
Mr. dr. N.P. Schipper
- JCDI
JCDI:ADS389905:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Woon- en vestigingsplaats
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Inkomstenbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Europees belastingrecht / Discriminatie
Voetnoten
Voetnoten
Deze verliesverrekening is doorgaans tijdelijk. Indien in een volgend jaar positief inkomen wordt genoten uit de desbetreffende staat wordt namelijk vaak ter grootte van het eerder in aanmerking genomen buitenlandse verlies geen vermindering ter voorkoming van dubbele belasting verleend (dit is de werking van de zogenoemde ‘inhaalregeling’). Dit is ook het geval onder de Nederlandse regels ter voorkoming van dubbele belasting, zie art. 12 Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.
Zie paragraaf 2.2.3.
Zie paragraaf 4.2.2.
Indien een lidstaat voor inwoners een inhaalregeling toepast, zou dit mijns inziens evenzeer toegestaan moeten worden ten aanzien van niet-inwoners.
In het internationale belastingrecht betrekken staten over het algemeen alleen inwoners op basis van hun wereldinkomen in de heffing. Indien buitenlandse verliezen ook worden opgenomen in de heffingsgrondslag, kan dit negatieve inkomen (bij afwezigheid van positief buitenlands inkomen uit de desbetreffende bronstaat) worden verrekend met het binnenlandse (positieve) inkomen.1 Voor niet-inwoners geldt thans echter vrijwel altijd het bronbeginsel en wordt derhalve geen grondslagvoorbehoud gemaakt ten aanzien van buitenlands inkomen.2 Uit de arresten Lakebrink en in het bijzonder Renneberg volgt dat lidstaten onder omstandigheden echter wel gehouden zijn dergelijke grensoverschrijdende verliesverrekening op gelijke voet te verlenen aan niet-inwoners.3 Gelet op deze uitleg van de verkeersvrijheden dient een eventueel voorstel tot secundair Unierecht hiermee in overeenstemming te zijn.
Mijn voorstel tot woonplaatsonafhankelijke belastingheffing naar draagkracht voorziet dan ook in deze mogelijkheid voor niet-inwoners met negatief inkomen uit buitenlandse bronnen. Het voordeel hiervan is dat negatief inkomen, bijvoorbeeld uit een buitenlandse eigen woning, in de werkstaat in de grondslag wordt betrokken. Hierdoor wordt het probleem van gescheiden belastinggrondslagen (dislocatie van negatief en positief inkomen in verschillende belastingjurisdicties) aanzienlijk verminderd. Buitenlandse belastingplichtigen kunnen op deze wijze onder meer aanspraak maken op hypotheekrenteaftrek voor een buitenlandse eigen woning.4 Cruciaal verschil met de jurisprudentie van het Hof van Justitie is dat dit in mijn voorstel van woonplaatsonafhankelijke belastingheffing naar draagkracht niet slechts mogelijk is in Schumacker-situaties, maar voor iedere situatie waarin een deel van het arbeidsinkomen in de werkstaat wordt verworven. Mijns inziens is het namelijk wenselijk dat, net als ten aanzien van het tariefstoepassing en de persoonlijke en gezinssituatie in strikte zin, ook op dit onderdeel (desgewenst) een nationale behandeling wordt verleend. Deze gelijke behandeling ten opzichte van inwoners zou niet slechts moeten gelden ten aanzien van negatieve inkomsten uit buitenlandse onroerende zaken, maar ook voor andere inkomenscategorieën (waaronder negatief loon). Voor zover een lidstaat voor inwoners rekening houdt met dergelijke negatieve buitenlandse inkomsten, zou dit eveneens moeten gebeuren bij de bepaling van de fiscale draagkracht van niet-inwoners.
10.3.3.1 Verhouding tot de belastingverdragen10.3.3.2 Verhouding tot het Unierecht